Aanloop en oorzaken
Ongeveer 75 tot 66 miljoen jaar geleden, aan het eind van het Krijt, lag het zuiden van Limburg onder een ondiepe, warme zee. In die tijd leefden er ook dinosaurussen op het land, maar mensen bestonden nog lang niet.
In die zee leefde de Mosasaurus. Het was geen dinosaurus, maar een reusachtig zeereptiel, familie van de varanen van nu. Mosasaurus hoffmannii werd naar schatting zo’n 17 tot 18 meter lang en was een toproofdier: hij at vissen, haaien, inktvissen en andere zeereptielen.
Wat er gebeurde
Uit de kalk van de bodem van die zee ontstond later mergel. In de mergelgroeven van de Sint-Pietersberg bij Maastricht vonden arbeiders al eeuwenlang fossielen. Rond 1766 kwam er een schedel met kaken boven, die later in Teylers Museum in Haarlem terechtkwam. Daar ligt hij nog steeds.
In 1778 werd er een nog mooiere schedel gevonden. Die werd zo belangrijk gevonden dat Franse revolutionaire troepen hem in beslag namen en naar Parijs brachten.
In 1808 concludeerde de Franse natuuronderzoeker Georges Cuvier dat het om een reusachtige uitgestorven zeehagedis ging. Dat hielp hem bij een nieuw idee: dat dieren voorgoed kunnen uitsterven. Het dier kreeg de naam Mosasaurus, naar de Latijnse naam van de Maas. Ook het laatste deel van het Krijt heet naar Maastricht: het Maastrichtien.
Gevolgen
De Maashagedis werd een van de eerste fossielen waarmee wetenschappers lieten zien dat er dieren hebben geleefd die nu niet meer bestaan. Dat was rond 1800 een nieuw en spannend idee. Het hielp bij het ontstaan van de paleontologie, de wetenschap van fossielen.
In de mergelgroeven rond Maastricht werden daarna nog veel meer fossielen gevonden. In 1998 werd in de ENCI-groeve een groot deel van een Mosasaurus gevonden, die de bijnaam Bèr kreeg. Hij is te zien in het Natuurhistorisch Museum Maastricht.
Andere perspectieven
In de film Jurassic World is de Mosasaurus zo’n zestig meter lang. Het grootste exemplaar dat echt gevonden is, was ongeveer 17 meter: nog steeds zo lang als een flinke bus én een auto achter elkaar.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Mosasaurus was een dinosaurus.”
De Mosasaurus was een zeereptiel, nauwer verwant aan hagedissen en slangen dan aan dinosaurussen. Hij leefde wel in dezelfde tijd als de laatste dinosaurussen, en stierf ook met hen uit, ongeveer 66 miljoen jaar geleden.
“De Fransen ruilden de schedel voor zeshonderd flessen wijn.”
Dat verhaal komt van een Franse geoloog die erbij was, maar het is grotendeels niet te bevestigen. Volgens hem beloofde de Franse commissaris zeshonderd flessen wijn aan de soldaten die de verstopte schedel vonden. Onderzoek in de archieven laat een ander, minder romantisch verhaal zien.
Hoe weten we dit?
De oudste vondsten zijn beschreven in brieven en artikelen uit de 18e eeuw, onder meer door de Maastrichtse verzamelaar Hoffmann en de geleerde Petrus Camper. Moderne onderzoekers bestuderen de fossielen opnieuw, ook met scans. Aan de tanden, de kaken en de wervels kunnen ze zien hoe groot het dier was en wat het at.
Wat merk je er nu nog van?
De schedel van 1778 ligt nog altijd in het Muséum national d’histoire naturelle in Parijs. De gemeente Maastricht heeft al vaker geprobeerd hem terug te krijgen; in 2023 besloot de gemeenteraad tot een nieuwe poging. De eerste schedel ligt in Teylers Museum in Haarlem. De ENCI-groeve is inmiddels gesloten en wordt een natuurgebied.

