Aanloop en oorzaken
Tijdens de voorlaatste ijstijd schoof landijs uit Scandinavië over het noorden van Nederland. Toen het smolt, bleven grote zwerfkeien achter op de Hondsrug en de rest van Drenthe.
Rond 3400 voor Christus woonden er boeren van de Trechterbekercultuur, genoemd naar hun bekers met een trechtervormige hals. Zij gebruikten de keien om grafkamers te bouwen voor hun doden. Ze woonden in boerderijen in de buurt, hielden vee en verbouwden graan op kleine akkers.
Wat er gebeurde
Een hunebed bestaat uit rechtopstaande draagstenen met daarop zware dekstenen. Oorspronkelijk werd het bouwwerk grotendeels met aarde bedekt. In de grafkamers zijn resten van aardewerk, bijlen en barnsteen gevonden, vaak van veel generaties.
Hoe de boeren stenen van vele tonnen verplaatsten, weten we niet precies. Waarschijnlijk gebruikten ze rollen, hefbomen en veel mankracht. In latere eeuwen dachten mensen dat reuzen, of Hunen, ze hadden gebouwd. Daar komt de naam hunebed vandaan. Pas in de 19e en 20e eeuw werd duidelijk dat het om graven van vroege boeren ging.
Veel hunebedden werden gesloopt voor bouwsteen of dijkversterking. In 1734 kregen ze in Drenthe al bescherming. Er zijn er nog 54, waarvan 52 in Drenthe en 2 in Groningen. De grootste, D27, staat bij Borger.
Gevolgen
Een hunebed was eerder een knekelhuis dan een graf voor één persoon. Generaties lang werden er doden in bijgezet, met potten, bijlen en sieraden. Soms ging het om tientallen of zelfs honderden mensen. Het hunebed was een gezamenlijke plek van de gemeenschap.
Rond 2900 voor Christus kwam er een andere manier van begraven: mensen werden voortaan alleen begraven, onder een kleinere grafheuvel. De hunebedden raakten in onbruik, maar bleven in het landschap staan.
Andere perspectieven
In de 17e eeuw schreef de predikant Johan Picardt dat de hunebedden waren gebouwd door wrede reuzen. Dat paste bij de Bijbeluitleg van zijn tijd, waarin vóór de zondvloed reuzen op aarde leefden. Het laat zien hoe mensen het verleden verklaren met de kennis en het geloof van hun eigen tijd.
Veelvoorkomende misverstanden
“Hunebedden zagen er altijd uit zoals nu.”
Oorspronkelijk was een hunebed grotendeels bedekt met een heuvel van aarde en plaggen. De ruimte tussen de stenen was opgevuld met kleine stopstenen. Die zijn bijna allemaal verdwenen, zodat we nu alleen het stenen geraamte zien.
“Hunebedden zijn alleen in Drenthe te vinden.”
In Nederland liggen ze bijna allemaal in Drenthe, maar in Duitsland en Denemarken zijn er nog honderden. In heel Europa komen vergelijkbare stenen graven voor, zoals de dolmens in Bretagne.
Hoe weten we dit?
In 1685 liet de dichteres Titia Brongersma in Borger een groot hunebed opgraven. Dat was het eerste vastgelegde onderzoek van een hunebed in Nederland. In de 20e eeuw onderzocht archeoloog Van Giffen ze allemaal, gaf ze nummers en liet sommige restaureren. In de grafkamers vonden archeologen veel scherven van trechterbekers.
Wat merk je er nu nog van?
In Borger staat het Hunebedcentrum, bij het grootste hunebed van Nederland. Het gebied van de Hondsrug is sinds 2015 een UNESCO Global Geopark. Elk hunebed heeft een nummer, dat Van Giffen ze gaf, zoals D27 voor het grootste bij Borger.

