Aanloop en oorzaken
Na de komst van Alva vluchtte Willem van Oranje naar zijn stamslot Dillenburg in Duitsland. Hij werd door de Raad van Beroerten veroordeeld en zijn bezittingen werden in beslag genomen. Vanuit Duitsland bereidde hij een gewapende inval voor.
Het plan was om vanuit verschillende richtingen tegelijk de Nederlanden binnen te vallen. Oranjes broer Lodewijk van Nassau trok met een leger Groningerland binnen.
Wat er gebeurde
Op 23 mei 1568 versloeg Lodewijk bij Heiligerlee een Spaans leger onder de stadhouder graaf van Aremberg. Aremberg sneuvelde, maar ook Lodewijks broer Adolf van Nassau kwam om.
Het succes was kort. Alva trok zelf naar het noorden en versloeg Lodewijk op 21 juli 1568 bij Jemmingen in Oost-Friesland. Ook de veldtocht van Willem van Oranje in het najaar liep op niets uit. Kort na Heiligerlee, op 5 juni 1568, liet Alva in Brussel de graven van Egmont en Horne onthoofden.
Pas in 1572, toen de watergeuzen Den Briel innamen, kreeg de Opstand vaste grond in Holland en Zeeland. De slag bij Heiligerlee geldt als het symbolische begin van een oorlog die, met een bestand van twaalf jaar, tot 1648 zou duren.
Gevolgen
De mislukte inval van 1568 maakte duidelijk dat Oranje het niet alleen met huurlingen kon winnen. Hij had geld nodig, steun in de steden en hulp van buitenaf. Die kwam pas toen de watergeuzen in 1572 Den Briel innamen en Holland en Zeeland de kant van Oranje kozen.
Alva wilde dat de Nederlanden zelf hun leger betaalden en voerde in 1571 de tiende penning in: een belasting van tien procent op de verkoop van goederen. Daardoor keerden ook veel mensen die niets met het protestantisme hadden, zich tegen hem.
Andere perspectieven
Oranje en zijn broers zeiden dat ze niet tegen de koning vochten, maar tegen zijn slechte raadgevers en tegen Alva. In het Wilhelmus staat: “den Coninck van Hispaengien heb ick altijt gheeert”. Pas in 1581 zegden de opstandelingen de koning echt op.
Voor Filips II en Alva waren de opstandelingen rebellen en ketters. Het leger van Lodewijk bestond bovendien grotendeels uit huurlingen uit Duitsland, die vooral vochten voor hun soldij. Bij Heiligerlee hadden ze honger en waren ze al weken niet betaald.
Veelvoorkomende misverstanden
“De oorlog begon op één dag in 1568.”
De slag bij Heiligerlee geldt traditioneel als begin, maar er was al eerder gevochten, bijvoorbeeld bij Oosterweel in maart 1567. Ook de Beeldenstorm van 1566 wordt wel als begin gezien. 1568 is vooral een symbolisch jaartal.
“Het was een oorlog van Nederland tegen Spanje.”
Nederland bestond nog niet. Het was een opstand van een deel van de Nederlanden tegen hun eigen vorst, die ook koning van Spanje was. Er vochten Nederlanders aan beide kanten, en het zuiden bleef uiteindelijk bij de koning.
Hoe weten we dit?
Er zijn brieven van Oranje, Lodewijk en Alva bewaard, en verslagen van de veldslagen door aanhangers van beide kanten. Pamfletten en liederen, zoals het Wilhelmus, laten zien hoe de opstandelingen hun strijd wilden uitleggen. De vierde strofe van het Wilhelmus noemt Heiligerlee en de dood van Adolf van Nassau.
Wat merk je er nu nog van?
In Heiligerlee staat het Graaf Adolfmonument, in 1873 onthuld door koning Willem III. Het Wilhelmus, dat rond deze jaren ontstond, is sinds 1932 officieel het volkslied. De tekst wordt vaak toegeschreven aan Marnix van Sint-Aldegonde, maar zeker is dat niet.

