Aanloop en oorzaken
Door de enorme verliezen aan het front hadden Groot-Brittannië en Frankrijk een groot tekort aan arbeidskrachten. China was in 1914 nog neutraal. De Chinese regering zag in het sturen van arbeiders een kans om bij de geallieerden goodwill te winnen.
De Chinese politicus Liang Shiyi stelde voor arbeiders in plaats van soldaten te sturen. Vanaf 1916 tekenden tienduizenden mannen, vooral boeren uit de provincie Shandong, contracten voor enkele jaren werk in Europa.
Wat er gebeurde
De reis duurde maanden en was gevaarlijk. In februari 1917 werd het Franse schip Athos in de Middellandse Zee getorpedeerd, waarbij ruim vijfhonderd Chinese arbeiders omkwamen. In augustus 1917 verklaarde China Duitsland de oorlog.
In Frankrijk en België losten de arbeiders schepen, bouwden wegen en spoorlijnen, werkten in fabrieken en groeven loopgraven. Ze leefden in afgesloten kampen met strenge regels en weinig contact met de bevolking.
Na de wapenstilstand bleven velen tot 1920 om slagvelden op te ruimen, munitie te verwijderen en soldaten te herbegraven. Daarbij vielen opnieuw doden.
Gevolgen
China zat in 1919 aan de vredestafel, maar kreeg Shandong niet terug. De woede daarover leidde tot de Vierde Mei-beweging, waarin studenten en arbeiders protesteerden en een moderner, sterker China eisten. Uit die beweging kwamen later ook leiders van de Chinese Communistische Partij voort.
Een paar duizend arbeiders bleven na de oorlog in Frankrijk. Zij vormden een van de eerste Chinese gemeenschappen in Parijs.
Andere perspectieven
Hoeveel Chinese arbeiders omkwamen, is onzeker. Officiële Britse cijfers noemen ongeveer tweeduizend doden, sommige historici schatten het aantal veel hoger. Op de begraafplaats van Noyelles-sur-Mer liggen meer dan achthonderd van hen. In China sloeg de hoop om in woede toen de vredesconferentie in 1919 de Duitse rechten in Shandong aan Japan gaf. Dat leidde tot de Vierde Mei-beweging, een belangrijke stap in het moderne Chinese nationalisme.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Chinese arbeiders waren soldaten.”
Ze waren contractarbeiders en mochten niet vechten. Toch werkten ze vaak vlak achter het front, onder beschietingen en bombardementen, en ruimden ze na de oorlog gevaarlijke munitie op.
Hoe weten we dit?
Er zijn Britse en Franse administraties van het Chinese Labour Corps, foto’s en brieven. Een belangrijke bron zijn ook de verslagen van de YMCA, die in de kampen onderwijs en ontspanning organiseerde. Lange tijd werd de rol van deze arbeiders in de geschiedenisboeken bijna vergeten.
Wat merk je er nu nog van?
Op de begraafplaats van Noyelles-sur-Mer en op andere Britse militaire begraafplaatsen in Frankrijk en België, zoals Lijssenthoek bij Poperinge, liggen Chinese arbeiders. Hun graven zijn herkenbaar aan de Chinese tekens op de grafsteen. Sinds de herdenkingen van 2014 tot 2018 is er meer aandacht voor hen.

