Aanloop en oorzaken
Nederland bleef neutraal in de Eerste Wereldoorlog, maar was afhankelijk van import over zee. Door de Britse blokkade en de Duitse duikbootoorlog kwam er steeds minder graan en veevoer binnen. Tegelijk werd voedsel met grote winst naar Duitsland uitgevoerd.
De regering voerde distributie en maximumprijzen in, maar de tekorten bleven. Vooral in de grote steden stegen de prijzen sneller dan de lonen. Arbeidersgezinnen konden soms nauwelijks nog aardappelen kopen, toen hun belangrijkste voedsel.
Wat er gebeurde
Eind juni 1917 plunderden vrouwen uit de Amsterdamse Jordaan schuiten met aardappelen die voor het leger bestemd waren. Het nieuws verspreidde zich snel en ook elders in de stad werden winkels en schuiten leeggehaald.
De onrust groeide uit tot dagenlange rellen. De gemeente zette politie en militairen in, die soms met scherp schoten. Er vielen doden en tientallen gewonden.
Linkse partijen en vakbonden riepen op tot protest en een staking, maar de beweging kreeg geen landelijke omvang. Wel nam de regering daarna meer maatregelen om voedsel eerlijker te verdelen.
Gevolgen
Het oproer liet zien hoe gespannen de verhoudingen in neutraal Nederland waren geworden. De overheid breidde daarna de distributie uit, en er kwamen meer gaarkeukens waar arme gezinnen goedkoop konden eten.
De angst voor onrust bleef. Toen Troelstra in november 1918 opriep tot revolutie, reageerden regering en burgerij snel en hard, mede door de ervaring met het Aardappeloproer.
Andere perspectieven
Voor de vrouwen die de schuiten leeghaalden, ging het om het eten van hun kinderen, niet om politiek. Voor de overheid en de gegoede burgerij leek het oproer een begin van revolutionaire onrust, zoals in Rusland. Ook in andere steden, zoals Rotterdam, was er onrust. De ervaring droeg ertoe bij dat de angst voor revolutie in november 1918 zo groot was.
Veelvoorkomende misverstanden
“Het was een politiek georganiseerde opstand.”
Het begon bij vrouwen uit de Jordaan die eten zochten voor hun gezin. Pas later probeerden partijen en vakbonden er een politieke actie van te maken. Tegelijk sloten ook stakende arbeiders, zoals die van de munitiefabriek Hembrug, zich bij de protesten aan.
Hoe weten we dit?
De Amsterdamse kranten berichtten dagelijks over de onlusten, en de politie en het leger maakten verslagen. Er zijn foto’s van de plunderingen en van militairen in de straten. Ook de verslagen van de gemeenteraad laten zien hoe het bestuur op de crisis reageerde.
Wat merk je er nu nog van?
De Jordaan is nu een geliefde Amsterdamse wijk, maar was in 1917 een van de armste buurten van de stad. Het Aardappeloproer wordt in Amsterdam nog herdacht als voorbeeld van protest van gewone vrouwen.

