Canon1612Tijdvak 6Regenten en vorsten

De Beemster

Met windmolens werd het Beemstermeer drooggemalen. Rijke kooplieden investeerden in het nieuwe land, dat volgens een strak raster werd ingedeeld.

Kaart van de drooggelegde Beemster, 1612
Kaart van de drooggelegde Beemster, 1612Foto: Lucas Jansz. Sinck · Publiek domein · Wikimedia Commons
De Beemster met zijn rechte wegen en sloten
De Beemster met zijn rechte wegen en slotenFoto: Rijksmuseum · CC0 · Wikimedia Commons

Aanloop en oorzaken

Ten noorden van Amsterdam lag het Beemstermeer, een binnenmeer dat steeds groter werd en het omliggende land bedreigde. Rond 1600 hadden Amsterdamse kooplieden veel geld verdiend met handel, onder meer via de VOC.

Ze zochten een veilige belegging. Droogmaken van een meer leverde vruchtbare landbouwgrond op die ze konden verpachten. In 1607 kregen de investeerders toestemming om het meer droog te leggen.

Wat er gebeurde

Molenmaker Jan Adriaanszoon Leeghwater speelde een belangrijke rol bij het werk. Eerst werd een ringdijk met een ringvaart aangelegd. Daarna pompten tientallen windmolens het water in trappen omhoog naar de ringvaart.

Een eerste poging mislukte in 1610, toen een dijk doorbrak bij een storm. In 1612 viel het meer definitief droog. Het land werd verdeeld volgens een strak raster van wegen, sloten en rechthoekige kavels. Er kwamen boerderijen en ook buitenplaatsen van rijke Amsterdammers.

Na de Beemster volgden de Purmer, de Wormer en de Schermer. De Beemster liet zien hoe kapitaal en techniek samen nieuw land konden maken. Sinds 1999 staat de droogmakerij op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Gevolgen

Na de Beemster volgden de Purmer (1622), de Wormer (1626) en de Schermer (1635). Rond Amsterdam ontstond zo een landschap van droogmakerijen met rechte wegen en sloten. Leeghwater schreef later een plan om ook de Haarlemmermeer droog te malen, wat pas in de 19e eeuw lukte, met stoom.

De Beemster werd een rijk landbouwgebied, vooral bekend om veeteelt en kaas. De rijke Amsterdammers bouwden er buitenplaatsen met tuinen, waar ze in de zomer verbleven.

Andere perspectieven

Voor de kooplieden was de drooglegging een belegging die rendement moest opleveren. Voor de boeren die er kwamen, was het een kans op vruchtbaar land, al moesten ze pacht betalen. Voor de vissers en mensen rond het oude meer veranderde hun leefgebied volledig.

Veelvoorkomende misverstanden

“De overheid legde de polders aan.”

De Beemster werd betaald door particuliere investeerders, vooral Amsterdamse kooplieden. Zij kregen het land en verpachtten het aan boeren.

“Windmolens pompten het water in één keer weg.”

De molens stonden in groepen achter elkaar en pompten het water in trappen omhoog, van de diepste delen naar de ringvaart. Het droogmalen duurde jaren.

Hoe weten we dit?

De kaarten van de verkaveling, de contracten met de investeerders en de rekeningen van het werk zijn bewaard. Het raster van wegen en sloten is nog in het landschap te zien, ook op luchtfoto’s. Prenten tonen de molens en de buitenplaatsen.

Wat merk je er nu nog van?

De Beemster staat sinds 1999 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, vanwege het nog bijna onveranderde 17e-eeuwse verkavelingspatroon. In de polder liggen ook forten van de Stelling van Amsterdam, die eveneens werelderfgoed is. Beemster kaas is bekend in de supermarkt.

Bekijken

De video's openen op de site van de bron. In de interactieve tijdlijn kun je ze ook hier afspelen.

Meer gratis tools voor in de klas

Meestertools heeft tientallen gratis tools voor leerkrachten in het basisonderwijs: van digibordtools en energizers tot groepsvorming en lesmateriaal.