Aanloop en oorzaken
Rond 1595 voeren de eerste Nederlandse schepen naar Azië om specerijen te halen. Daarna richtten kooplieden in verschillende steden eigen compagnieën op. Ze concurreerden met elkaar, waardoor de prijzen in Azië stegen en in Europa daalden.
Op aandringen van Oldenbarnevelt werden ze in 1602 samengevoegd tot de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De Staten-Generaal gaven de VOC het alleenrecht op handel tussen Kaap de Goede Hoop en Straat Magellaan. Iedereen kon aandelen kopen.
Wat er gebeurde
De VOC mocht forten bouwen, verdragen sluiten en oorlog voeren. In 1619 stichtte Jan Pieterszoon Coen Batavia op Java als hoofdkwartier. Vandaar uit beheerste de compagnie een netwerk van handelsposten van Zuid-Afrika tot Japan.
De winsten kwamen met veel geweld tot stand. In 1621 veroverde Coen de Banda-eilanden om de handel in nootmuskaat in handen te krijgen. Het grootste deel van de bevolking werd gedood, verdreven of tot slaaf gemaakt. Ook elders in Azië gebruikte de VOC dwangarbeid en slavenarbeid.
De VOC werd een van de grootste ondernemingen van haar tijd. In de 18e eeuw liepen de schulden op. In 1799 werd de compagnie opgeheven. In 1621 kreeg de West-Indische Compagnie (WIC) een vergelijkbaar monopolie voor Afrika en Amerika.
Gevolgen
De VOC maakte de Republiek rijk en droeg bij aan de bloei van de Gouden Eeuw. Steden als Amsterdam, Middelburg, Hoorn en Enkhuizen groeiden, er werden pakhuizen, scheepswerven en grachtenpanden gebouwd. Specerijen, porselein, thee en textiel uit Azië kwamen op de Europese markt.
Tegelijk legde de VOC de basis voor het latere Nederlandse koloniale rijk in Indonesië. De handelsposten werden in de loop van de tijd kolonies, met geweld, dwangarbeid en slavernij. Na de opheffing in 1799 nam de Nederlandse staat de schulden en de bezittingen over.
Andere perspectieven
Lange tijd werd de VOC in Nederland vooral gezien als een bron van trots, als symbool van ondernemerschap. In 2006 sprak premier Balkenende nog over een “VOC-mentaliteit”, wat tot veel kritiek leidde. In Indonesië en in de rest van Azië herinnert men de VOC vooral als een gewelddadige overheerser. Jan Pieterszoon Coen kreeg daar de bijnaam “slachter van Banda”.
Veelvoorkomende misverstanden
“De VOC was gewoon een handelsbedrijf.”
De VOC dreef handel, maar had ook een eigen leger en vloot, mocht verdragen sluiten, oorlog voeren en recht spreken. Ze gedroeg zich op veel plaatsen als een staat.
“De Gouden Eeuw was voor iedereen gouden.”
De welvaart kwam vooral terecht bij kooplieden en regenten. Veel matrozen en soldaten van de VOC stierven onderweg aan ziekte, en in Azië betaalden lokale bevolkingen vaak een hoge prijs.
Hoe weten we dit?
Het VOC-archief is een van de grootste archieven ter wereld, met brieven, scheepsjournaals, dagregisters en boekhoudingen. Het ligt onder meer in het Nationaal Archief in Den Haag en in Jakarta, en staat op de UNESCO-lijst Memory of the World. Wrakken van VOC-schepen leveren ook kennis op over het leven aan boord.
Wat merk je er nu nog van?
Woorden als “Gouden Eeuw” en “VOC” worden steeds vaker kritisch gebruikt. Het standbeeld van Coen in Hoorn is onderwerp van discussie. In Lelystad ligt een replica van het VOC-schip Batavia, en in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam een replica van de Amsterdam.

