Aanloop en oorzaken
In de 18e eeuw was het gebied tussen Maas en Rijn, de Landen van Overmaas, sterk versnipperd. Stukjes land hoorden bij de Republiek, bij Oostenrijk of bij kleine heerlijkheden. Er was veel armoede, en rondtrekkende benden pleegden inbraken en overvallen.
Het volksgeloof vertelde over mannen die een verbond met de duivel sloten en ’s nachts op bokken door de lucht reden. In het strafrecht van die tijd mocht een rechtbank verdachten folteren om een bekentenis te krijgen.
Wat er gebeurde
Vanaf 1743 begonnen lokale rechtbanken, de schepenbanken, rond Herzogenrath en Kerkrade processen tegen vermeende Bokkenrijders. Verdachten werden gemarteld tot ze bekenden en andere namen noemden. Zo groeide het aantal verdachten steeds verder.
In de jaren 1770 volgde een tweede golf van processen in een groter gebied. Veel veroordeelden werden opgehangen of geradbraakt. Bij elkaar werden honderden mensen ter dood gebracht, onder wie ook mensen met een gewone baan en een goede naam.
Historici zien veel vonnissen nu als gerechtelijke dwaling. Er waren wel echte rovers, maar het beeld van een grote geheime bende kwam vooral voort uit angst en marteling. De Bokkenrijders leven voort in sagen, straatnamen en beelden in Limburg.
Gevolgen
In totaal werden ongeveer 1200 mensen beschuldigd en rond de 500 veroordeeld, van wie meer dan negen op de tien de doodstraf kregen. Hele families en dorpen raakten getekend door de processen, en wantrouwen tussen buren bleef lang hangen.
Al in 1774 schreef procureur-generaal Gaspard de Limpens dat de verklaringen vol tegenstrijdigheden zaten en dat de meeste veroordeelden onschuldig waren. Zijn kritiek droeg bij aan het einde van de processen en aan de discussie over het afschaffen van de foltering. In de Republiek werd foltering in 1798 afgeschaft.
Andere perspectieven
Voor de rechters van toen waren de Bokkenrijders een gevaarlijke, goddeloze bende die met harde hand moest worden aangepakt. Voor de verdachten en hun families was het een nachtmerrie: wie werd genoemd, kon worden gemarteld tot hij bekende. Historici zien er nu een voorbeeld in van hoe angst, bijgeloof en foltering kunnen leiden tot rechterlijke dwalingen.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Bokkenrijders reden echt op bokken door de lucht.”
Dat was volksgeloof. In de processen werd beweerd dat ze een verbond met de duivel sloten en op bokken vlogen, maar die “bekentenissen” werden onder marteling afgedwongen.
“Alle Bokkenrijders waren gevaarlijke rovers.”
Er waren echte rovers en inbrekers, maar een groot deel van de veroordeelden was waarschijnlijk onschuldig. Onder hen waren ook gewone boeren, ambachtslieden en zelfs schepenen.
Hoe weten we dit?
De verslagen van de schepenbanken, met de verhoren en vonnissen, zijn deels bewaard in Limburgse en Duitse archieven. Ook de geschriften van tijdgenoten, zoals pastoor Daniels van Schaesberg en procureur De Limpens, zijn bronnen. Historici vergelijken die documenten om te achterhalen wat waar was.
Wat merk je er nu nog van?
De Bokkenrijders leven voort in Limburgse sagen, straatnamen, wandelroutes en beelden, bijvoorbeeld in Kerkrade. Er zijn boeken, toneelstukken en zelfs bieren over ze. Ze zijn een onderdeel van de Limburgse identiteit geworden.

