Aanloop en oorzaken
In de 18e eeuw waren geleerden gefascineerd door elektriciteit. Met elektriseermachines wekten ze statische elektriciteit op en lieten ze vonken springen. Maar de lading verdween snel weg. Niemand kon haar bewaren.
Pieter van Musschenbroek was hoogleraar natuurkunde in Leiden en deed proeven met elektriciteit.
Wat er gebeurde
In 1746 maakte hij in Leiden een wijde glazen fles, gevuld met water en aan de buitenkant bedekt met tinfolie. Aan de bovenkant zat een metalen bol. Met een elektriseermachine kon hij de fles opladen. De lading bleef erin zitten. Wie de bol aanraakte, kreeg een flinke schok.
Een jaar eerder had de Duitser Ewald von Kleist iets vergelijkbaars bedacht. Maar Van Musschenbroek schreef erover, en daarom kreeg de uitvinding in heel Europa de naam Leidse fles. Het was de eerste condensator: een onderdeel dat elektrische lading opslaat, zoals ze tot op de dag van vandaag in elektronica zitten.
Leidse flessen werden gebruikt voor proeven en voor shows. Soms kreeg het publiek bij het aanraken van een hele batterij flessen een schok. In 1752 gebruikte Benjamin Franklin een Leidse fles om te bewijzen dat bliksem elektriciteit is.
Gevolgen
De Leidse fles maakte het voor het eerst mogelijk om elektriciteit op te slaan en te bestuderen. Wetenschappers in heel Europa gingen ermee experimenteren. Benjamin Franklin gebruikte hem bij zijn proeven met bliksem en vond daarna de bliksemafleider uit.
Leiden was in de 18e eeuw een centrum van natuurwetenschap. Hoogleraren als Van Musschenbroek en ’s Gravesande gaven er spectaculaire proefcolleges, en studenten uit heel Europa kwamen naar Leiden om ze bij te wonen.
Andere perspectieven
Voor wetenschappers was de Leidse fles een doorbraak in het begrijpen van de natuur. Voor het publiek was elektriciteit vooral een spektakel: op beurzen en in salons kregen mensen voor de grap schokken. Sommige artsen dachten dat elektrische schokken ziektes konden genezen, wat meestal niet zo was.
Veelvoorkomende misverstanden
“Van Musschenbroek was de enige uitvinder.”
Ewald von Kleist in Duitsland deed een jaar eerder een vergelijkbare ontdekking. Omdat Van Musschenbroek erover schreef aan bekende wetenschappers, kreeg de fles de naam van Leiden.
“Met de Leidse fles kon je stroom maken.”
De fles maakte zelf geen elektriciteit, maar sloeg op wat een elektriseermachine had opgewekt. Het is te vergelijken met een batterij die je alleen kunt opladen, niet met een stroombron.
Hoe weten we dit?
Van Musschenbroek beschreef zijn proef in brieven aan andere geleerden, die bewaard zijn. Ook zijn leerboeken over natuurkunde zijn bewaard. In Rijksmuseum Boerhaave in Leiden staan Leidse flessen en elektriseermachines uit die tijd.
Wat merk je er nu nog van?
Condensatoren, de opvolgers van de Leidse fles, zitten in vrijwel elk elektronisch apparaat, van telefoons tot computers en auto’s. In Rijksmuseum Boerhaave kun je de oude instrumenten zien.

