Overig2002Tijdvak 10Televisie en computer

De euro

De gulden werd vervangen door de euro. Sindsdien betalen inwoners van veel EU-landen met dezelfde munt.

Het eurostartpakket uit 2001
Het eurostartpakket uit 2001Foto: Melitikus · Publiek domein · Wikimedia Commons
De eerste serie eurobiljetten
De eerste serie eurobiljettenFoto: Bericht · CC0 · Wikimedia Commons

Aanloop en oorzaken

Na de oprichting van de EEG werkten Europese landen steeds nauwer samen. Een gezamenlijke munt moest handel en reizen makkelijker maken en de landen nog sterker aan elkaar binden. Met het Verdrag van Maastricht van 1992 spraken ze af de euro in te voeren.

Landen moesten daarvoor aan strenge eisen voldoen, onder meer voor de overheidsschuld, de inflatie, de rente en de wisselkoers. Op 1 januari 1999 werd de euro ingevoerd voor het girale betalingsverkeer, zoals overschrijvingen. De wisselkoers werd vastgezet op 2,20371 gulden voor één euro. In de winkel betaalden mensen nog met guldens.

Wat er gebeurde

Op 1 januari 2002 kwamen de eurobiljetten en -munten in omloop in twaalf landen. Banken en winkels hadden maandenlang voorbereid; iedereen kon vooraf een zakje met euromunten kopen om te wennen. Tot eind januari kon nog met guldens worden betaald.

De biljetten zijn in alle eurolanden gelijk. De munten hebben één gezamenlijke kant en één nationale kant, met een eigen afbeelding per land. Op de Nederlandse munten stond eerst koningin Beatrix, sinds 2014 koning Willem-Alexander.

Veel Nederlanders moesten wennen. Ze rekenden nog lang om naar guldens en hadden het gevoel dat alles duurder was geworden. De Europese Centrale Bank in Frankfurt bepaalt sindsdien het geldbeleid. De eerste president was de Nederlander Wim Duisenberg.

Gevolgen

Reizen en handel binnen de eurozone werden eenvoudiger: geld wisselen is niet meer nodig en prijzen zijn makkelijk te vergelijken. Voor een handelsland als Nederland was dat een groot voordeel.

Rond 2010 liet de eurocrisis zien hoe sterk de landen van elkaar afhankelijk waren. Toen Griekenland en andere landen hun schulden niet meer konden betalen, moesten de eurolanden samen noodfondsen opzetten. Daarover werd ook in Nederland fel gediscussieerd.

De eurozone is gegroeid: sinds 1 januari 2026 betalen 21 landen van de Europese Unie met de euro.

Andere perspectieven

Voorstanders zagen de euro als het logische vervolg op de Europese samenwerking. Critici vonden dat landen met heel verschillende economieën niet één munt en één rente konden delen, en dat Nederland te veel zeggenschap over zijn eigen geld opgaf. Dat debat is nooit helemaal verdwenen.

Veelvoorkomende misverstanden

“Door de euro werd alles veel duurder.”

Het gevoel was sterk, maar het ging vooral om bepaalde prijzen, zoals in de horeca, die bij het afronden omhoog gingen. De totale prijsstijging door de overstap was volgens metingen klein. Dat verschil tussen gevoel en cijfers heet ook wel gevoelsinflatie.

“Alle landen van de EU betalen met de euro.”

Niet alle EU-landen doen mee. Denemarken heeft afgesproken dat het de euro niet hoeft in te voeren, en ook Zweden en een aantal andere landen gebruiken nog hun eigen munt.

Hoe weten we dit?

De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank houden precies bij hoeveel geld er in omloop is. Het CBS meet elke maand de prijsontwikkeling. Over de overstap in 2002 zijn veel krantenartikelen, tv-uitzendingen en voorlichtingsfolders bewaard, zoals die over het eurozakje.

Wat merk je er nu nog van?

Iedereen in Nederland betaalt met de euro. Wie een oud guldenbiljet vindt, kan dat nog tot 1 januari 2032 bij De Nederlandsche Bank inwisselen. In de winkel wordt sinds 2004 vaak afgerond op 5 cent, waardoor munten van 1 en 2 cent bijna niet meer gebruikt worden.

Bekijken

De video's openen op de site van de bron. In de interactieve tijdlijn kun je ze ook hier afspelen.

Meer gratis tools voor in de klas

Meestertools heeft tientallen gratis tools voor leerkrachten in het basisonderwijs: van digibordtools en energizers tot groepsvorming en lesmateriaal.