Aanloop en oorzaken
Na twee wereldoorlogen wilden Europese landen voorkomen dat ze opnieuw tegen elkaar zouden vechten. Economische samenwerking moest vrede en welvaart brengen.
Nederland, België en Luxemburg werkten al samen in de Benelux. In 1951 richtten zes landen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op. Kolen en staal waren de grondstoffen voor oorlog; door ze samen te beheren, werd oorlog tussen de leden vrijwel onmogelijk.
Wat er gebeurde
De Nederlandse minister Johan Willem Beyen pleitte voor een gemeenschappelijke markt, waar goederen vrij konden worden verhandeld. Dat plan leidde tot de Verdragen van Rome, ondertekend op 25 maart 1957.
Zo ontstond de Europese Economische Gemeenschap (EEG) met zes landen: België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en West-Duitsland. De Nederlander Sicco Mansholt werd verantwoordelijk voor het gezamenlijke landbouwbeleid.
De EEG groeide uit tot de Europese Unie, die met het Verdrag van Maastricht in 1992 werd opgericht. Nederland is een van de landen die het meest verdienen aan de vrije Europese handel.
Gevolgen
De zes landen schaften stap voor stap de invoerrechten tussen elkaar af. Er kwam een gezamenlijk landbouwbeleid, opgezet door de Nederlander Sicco Mansholt. Na 1973 sloten steeds meer landen aan, zoals het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Ierland, en na de val van de Berlijnse Muur ook Oost-Europese landen.
In 1992 werd met het Verdrag van Maastricht de Europese Unie opgericht, en in 2002 kwam de euro. In 2020 verliet het Verenigd Koninkrijk als eerste land de EU, na een referendum in 2016.
Andere perspectieven
Voorstanders zien Europa als een vredesproject dat oorlog tussen de lidstaten ondenkbaar heeft gemaakt en welvaart heeft gebracht. Tegenstanders vinden dat er te veel macht naar Brussel gaat en dat landen hun zelfstandigheid verliezen. In Nederland kwam dat debat bijvoorbeeld naar boven toen een meerderheid in 2005 tegen de Europese grondwet stemde.
Veelvoorkomende misverstanden
“De EU is begonnen als politieke unie.”
Het begon heel praktisch, met kolen, staal en een gemeenschappelijke markt. Pas veel later, in 1992, kwam de Europese Unie met ook politieke samenwerking.
“Europese samenwerking en de EU zijn hetzelfde.”
Er zijn ook andere organisaties, zoals de Raad van Europa uit 1949, die over mensenrechten gaat en waar meer landen lid van zijn dan van de EU.
Hoe weten we dit?
De verdragen zelf, de verslagen van de onderhandelingen en de archieven van de Europese instellingen zijn openbaar. Foto’s en filmbeelden van de ondertekening in Rome laten zien hoe plechtig het moment was. Opiniepeilingen laten zien hoe Nederlanders er door de jaren heen over dachten.
Wat merk je er nu nog van?
Je merkt Europa dagelijks: aan de euro, aan open grenzen, aan het etiket op voedsel en aan de roamingtarieven voor je telefoon. Nederlanders kiezen elke vijf jaar mee het Europees Parlement.


