Aanloop en oorzaken
Wederdopers vonden dat je pas als volwassene, uit eigen keuze, gedoopt moest worden. Dat stond haaks op de kerken van die tijd, die kinderen doopten.
Jan van Leiden, eigenlijk Johan Beukelszoon, werd in 1509 geboren in Leiden. Hij was kleermaker, dreef een herberg, en was ook toneelspeler en rijmdichter. In 1533 leerde hij de wederdoper Jan Matthijs kennen en liet zich door hem dopen.
Wat er gebeurde
De wederdopers kregen een meerderheid in de gemeenteraad van Münster en maakten de stad tot een bolwerk. Jan Matthijs en Jan van Leiden werden de leiders. De prins-bisschop van Münster, die uit de stad was verdreven, belegerde haar vanaf 28 februari 1534.
Jan van Leiden riep zichzelf uit tot koning van het wederdoperse rijk in Münster. Dat rijk was kortstondig. Jan van Leiden werd gevangengenomen en overleed op 22 januari 1536 in Münster.
Het verhaal van Münster maakte veel mensen angstig voor wederdopers, ook in de Nederlanden.
Gevolgen
Op 25 juni 1535 namen de troepen van de bisschop de uitgehongerde stad in, nadat een overloper had verteld waar de zwakke plekken lagen. Jan van Leiden en twee andere leiders werden in januari 1536 gemarteld en terechtgesteld. Hun lichamen werden in ijzeren kooien aan de toren van de Lambertikerk gehangen, als afschrikwekkend voorbeeld.
Ook in de Nederlanden waren er aanhangers. Op 10 mei 1535 bezetten wederdopers het stadhuis van Amsterdam; daarbij werd een burgemeester gedood. De opstand werd neergeslagen en de leiders werden terechtgesteld. Daarna werden wederdopers overal fel vervolgd, ook degenen die niets met geweld te maken hadden.
De Friese priester Menno Simons koos een andere weg. Hij keerde zich tegen het geweld van Münster en verzamelde de dopers die vreedzaam wilden leven. Naar hem heten zij mennonieten; in Nederland worden ze doopsgezinden genoemd.
Andere perspectieven
Bijna alles wat we over het rijk in Münster weten, komt van tegenstanders. Een katholieke schrijver die als jongen in de stad was, schreef dertig jaar later een verslag, en een andere bron is een overloper. Kerk en overheid lieten de gruwelverhalen graag verspreiden, als waarschuwing. Voor de aanhangers zelf, vaak arme ambachtslieden, was Münster het Nieuwe Jeruzalem: de plek waar ze het einde van de wereld en het rijk van God zouden afwachten.
Veelvoorkomende misverstanden
“Münster was een Duitse zaak.”
De leiders kwamen uit Holland: Jan Matthijs was bakker in Haarlem en Jan van Leiden kleermaker uit Leiden. Veel aanhangers kwamen uit de Nederlanden en trokken naar Münster in de hoop daar veilig te zijn.
“Wederdopers waren gewelddadige fanatici.”
Münster was een uitzondering. De meeste dopers wilden juist geen geweld gebruiken en weigerden wapens te dragen. Toch kregen ze door Münster nog lang de naam gevaarlijk te zijn.
Hoe weten we dit?
Er zijn twee belangrijke ooggetuigenverslagen: van de katholieke Hermann von Kerssenbrock en van Heinrich Gresbeck, die in de stad woonde en uiteindelijk overliep. Daarnaast zijn er brieven, verhoren van gevangenen en de verslagen van de belegeraars. Omdat die bronnen bijna allemaal van tegenstanders komen, zijn historici voorzichtig met de verhalen over het leven in de stad.
Wat merk je er nu nog van?
Aan de toren van de Lambertikerk in Münster hangen nog altijd drie ijzeren kooien, maar zonder de botten. In Nederland zijn er nog doopsgezinde gemeenten, met zo’n zesduizend leden. Wereldwijd telt de beweging veel meer aanhangers, vooral in Noord-Amerika en Afrika.
