Aanloop en oorzaken
Toen het Romeinse gezag verdween, raakte het gebied van de huidige Nederlanden dunner bevolkt. Vooral in het kustgebied liepen veel plaatsen leeg. Uit deze periode zijn weinig geschreven bronnen, dus archeologische vondsten zijn belangrijk om te weten wat er gebeurde.
In de 5e eeuw vestigden zich nieuwe groepen. Er was veel beweging: in dezelfde tijd staken Angelen en Saksen vanaf de Noordzeekust over naar Engeland.
Wat er gebeurde
Langs de kust woonden de Friezen. In het oosten vestigden zich Saksen, en in het zuiden de Franken, die ook ver in Gallië doordrongen. De grenzen tussen deze groepen waren niet scherp en veranderden in de loop der tijd.
De Friezen werden een handelsvolk. Later, vanaf de 7e eeuw, speelden ze een grote rol in de handel via Dorestad. Hun leiders stonden later lang tegenover de Franken. Die werden steeds machtiger en breidden hun gebied uit naar het noorden.
De talen van deze groepen legden de basis voor het Nederlands, het Fries en de dialecten. Het Nederlands komt grotendeels voort uit het Oudnederfrankisch. Het Fries is nog steeds een eigen taal, en in het oosten zijn Saksische dialecten te horen. Ook plaatsnamen herinneren nog aan deze tijd.
Gevolgen
Uit deze groepen groeiden de talen en volken van later. Het Nederlands, het Fries en de Nedersaksische dialecten in het oosten van Nederland gaan terug op hun talen. Ook de grens tussen het Nederlands en het Frans in België ontstond ongeveer in deze tijd.
De Franken werden de machtigste groep. Hun koningen bouwden een rijk dat later van de Pyreneeën tot de Elbe reikte. Het land Frankrijk is naar hen genoemd, en ook ons woord “frank” in “frank en vrij”.
Andere perspectieven
Er is weinig geschreven over deze tijd, en wat er is, komt meestal van Romeinse of christelijke schrijvers. Archeologen vinden vooral grafvelden, met grafgiften als wapens, sieraden en potten. Daaruit leiden ze af hoe mensen leefden, en dat er vaak een mengeling van groepen woonde.
Veelvoorkomende misverstanden
“Hele volken trokken als legers door Europa.”
Bij de volksverhuizingen ging het meestal om kleinere groepen die zich geleidelijk verplaatsten. Ze vermengden zich met de mensen die er al woonden. Namen als Franken en Saksen waren eerder verzamelnamen dan vaste volken.
“Franken zijn Fransen.”
De Franken waren een Germaans volk, met een taal die verwant was aan het Nederlands. In het zuiden van hun rijk namen ze de taal van de Gallo-Romeinen over, waaruit het Frans ontstond. In het noorden bleven ze hun eigen taal spreken.
Hoe weten we dit?
Grafvelden uit de 5e en 6e eeuw, zoals bij Rhenen, geven veel informatie. Uit sieraden en wapens blijkt met welke streken mensen contact hadden. Taalkundigen onderzoeken plaatsnamen en oude woorden om te zien waar welke groepen woonden. Ook DNA-onderzoek van skeletten levert nieuwe kennis op.
Wat merk je er nu nog van?
Plaatsnamen herinneren aan deze tijd. Namen op -heem of -hem en -zele of -sel zijn vaak Frankisch, namen op -um in het noorden Fries, en in het oosten komen veel namen op -lo en -inge voor. In het oosten van Nederland spreken veel mensen nog Nedersaksische dialecten, zoals het Twents en het Drents.

