Aanloop en oorzaken
Na de oorlog groeide de Nederlandse economie snel. In de jaren vijftig en zestig was er een groot tekort aan arbeiders in fabrieken, de textielindustrie, de scheepsbouw en de mijnen.
Al kort na de oorlog kwamen Italiaanse mijnwerkers naar Limburg. Daarna sloot Nederland officiële wervingsakkoorden met landen rond de Middellandse Zee.
Wat er gebeurde
Er kwamen akkoorden met Italië (1960), Spanje (1961), Portugal (1963), Turkije (1964), Griekenland (1966), Marokko (1969), en Joegoslavië en Tunesië (1970). Bedrijven stuurden soms zelf wervers naar dorpen in die landen.
De mannen kwamen meestal alleen en woonden in pensions. Zowel zij als de overheid dachten dat het tijdelijk zou zijn, vandaar het woord gastarbeider. Na de oliecrisis van 1973 stopte de werving.
Veel arbeiders bleven toch en lieten hun gezin overkomen. Zo ontstonden grote Turkse en Marokkaanse gemeenschappen. Het veranderde Nederland in een land met veel culturen.
Gevolgen
Vanaf de jaren zeventig lieten veel arbeiders hun vrouwen en kinderen overkomen: de gezinshereniging. Turkse en Marokkaanse gemeenschappen groeiden, met eigen winkels, moskeeën en verenigingen. Veel Italiaanse en Spaanse arbeiders gingen juist terug, of gingen op in de Nederlandse samenleving.
Toen in de jaren tachtig veel fabrieken sloten, raakten juist veel voormalige gastarbeiders hun baan kwijt. Taal, onderwijs en integratie werden belangrijke politieke onderwerpen, en dat zijn ze nog steeds.
Andere perspectieven
Voor bedrijven waren de arbeiders hard nodig. Voor de mannen zelf was het een kans om geld te verdienen voor hun familie, vaak in zwaar en vies werk. Hun kinderen en kleinkinderen, die in Nederland opgroeiden, voelden zich vaak tussen twee culturen staan. Lang werd er in Nederland gesproken over gastarbeiders als tijdelijke gasten, terwijl ze in werkelijkheid al lang Nederlanders waren geworden.
Veelvoorkomende misverstanden
“De eerste gastarbeiders kwamen uit Turkije en Marokko.”
Al in de jaren twintig en dertig werkten duizenden buitenlanders in de Limburgse mijnen. Na de oorlog kwamen eerst Italianen, vanaf 1949, en daarna Spanjaarden, Portugezen en Grieken. Turkije en Marokko volgden in 1964 en 1969.
“Gastarbeiders kwamen op eigen houtje.”
Nederland sloot officiële wervingsakkoorden met andere landen, en bedrijven stuurden wervers naar dorpen om arbeiders te selecteren, soms met een medische keuring.
Hoe weten we dit?
Er zijn de wervingsakkoorden, archieven van bedrijven en overheid, en foto’s van aankomende arbeiders op stations. Veel verhalen zijn vastgelegd in interviews met de gastarbeiders zelf en hun kinderen, onder meer voor tentoonstellingen en documentaires.
Wat merk je er nu nog van?
Turkse en Marokkaanse Nederlanders vormen grote groepen in de Nederlandse samenleving, en hun kinderen en kleinkinderen werken in alle beroepen. In de politiek, sport, kunst en media zijn Nederlanders met deze achtergrond prominent aanwezig.


