Aanloop en oorzaken
Vanaf het eind van de 19e eeuw groeide Zuid-Limburg uit tot een mijnstreek. Particuliere mijnen en de Staatsmijnen trokken tienduizenden arbeiders aan, uit Limburg zelf en uit onder meer Polen, Italië en later Turkije. Er verrezen mijnkoloniën met eigen scholen, kerken en verenigingen.
In de jaren vijftig kwam goedkope olie en Amerikaanse steenkool op de markt. Na de vondst van aardgas bij Slochteren in 1959 was Limburgse kolen niet meer rendabel.
Wat er gebeurde
Op 17 december 1965 kondigde minister Joop den Uyl in de schouwburg van Heerlen aan dat alle mijnen zouden sluiten. Hij beloofde dat er geen mijnwerker werkloos zou worden.
In 1974 sloot de laatste mijn, de Oranje-Nassau I in Heerlen. Om werk te bieden, werden overheidsdiensten zoals het CBS en het ABP naar Parkstad verplaatst. De Staatsmijnen gingen verder als chemiebedrijf DSM.
Toch verdwenen veel banen en kreeg de regio te maken met werkloosheid en krimp. Op mijnsteenberg de Wilhelminaberg in Landgraaf ligt nu SnowWorld.
Gevolgen
Door de sluiting verdwenen op den duur ongeveer 45.000 directe banen in de mijnen, en ongeveer 30.000 banen bij toeleveranciers. De belofte van Den Uyl dat niemand werkloos zou worden, bleek moeilijk waar te maken: in 1971 waren pas 8.000 vervangende banen gerealiseerd. Mijnwerkers werden omgeschoold tot bijvoorbeeld metaalarbeider.
De Staatsmijnen werden het chemiebedrijf DSM. Rijksdiensten zoals het CBS en het pensioenfonds ABP vestigden zich in Heerlen. Toch kreeg de regio te maken met werkloosheid, vergrijzing en krimp.
Andere perspectieven
Voor de regering was de sluiting een economische noodzaak: Limburgse steenkool was te duur geworden. Voor mijnwerkers en hun gezinnen betekende het het einde van een manier van leven, met een eigen trots, kameraadschap en verenigingsleven. Tegelijk was het werk ondergronds zwaar en gevaarlijk; veel mijnwerkers kregen een stoflong.
Veelvoorkomende misverstanden
“Alle mijnen gingen in 1965 dicht.”
In 1965 werd de sluiting aangekondigd. Daarna gingen de mijnen één voor één dicht; de laatste, Oranje-Nassau I in Heerlen, sloot in 1974.
“In de mijnen werkten alleen Limburgers.”
Er werkten ook veel mensen uit andere delen van Nederland en uit het buitenland, onder meer uit Polen, Italië, Joegoslavië en later Turkije en Marokko.
Hoe weten we dit?
De mijnnota’s van de regering, de toespraak van Den Uyl en de archieven van de mijnen en de Staatsmijnen zijn bewaard. Er zijn veel foto’s en filmbeelden van het werk ondergronds. Oud-mijnwerkers en hun families hebben hun herinneringen vastgelegd in boeken, interviews en mijnmusea.
Wat merk je er nu nog van?
In de mijnstreek staan nog schachtbokken, mijnwerkerswoningen en monumenten. De Wilhelminaberg, een oude mijnsteenberg, is nu de skibaan SnowWorld. Bij het Discovery Museum in Kerkrade en op andere plekken wordt het mijnverleden verteld. DSM is nog steeds een groot bedrijf, en op het terrein in Geleen ligt de Brightlands Chemelot Campus.


