Aanloop en oorzaken
Op de plek waar de Rijn zich splitste in de Kromme Rijn en de Lek, lag een ideale plaats voor handel. Schepen uit het Rijnland konden hier verder naar de Noordzee, Engeland en Scandinavië. Al in Romeinse tijd stond er in de buurt een fort.
In de 7e eeuw groeide hier een nederzetting uit tot een belangrijke handelsplaats. Rond 630 werden er gouden muntjes geslagen door een muntmeester die Madelinus heette. Friezen en Franken streden om de controle over de plaats.
Wat er gebeurde
Rond 690 nam de Frankische hofmeier Pippijn II Dorestad in. Onder de Karolingen bloeide de stad op. Langs de rivieroever lagen kilometers aan houten steigers, waar schepen hun lading losten.
In Dorestad werden graan, wijn uit het Rijnland in tonnen, aardewerk, maalstenen, metaal en ook slaven verhandeld. Er was een tol en een munt van de Frankische koningen. Daarmee hoorde Dorestad bij de grootste handelsplaatsen van Noordwest-Europa.
In de 9e eeuw ging de stad snel achteruit door Vikingaanvallen en doordat de rivier verzandde. Opgravingen in de jaren 1967 tot 1977 lieten zien hoe groot de stad was geweest. In Wijk bij Duurstede is daar nu een museum over.
Gevolgen
Dorestad was een van de belangrijkste handelsplaatsen van het Frankische rijk, net als Quentovic in Noord-Frankrijk. De munten die er werden geslagen, met de namen van Pepijn de Korte, Karel de Grote en Lodewijk de Vrome, zijn tot in Rusland teruggevonden.
Na het verval van Dorestad verplaatste de handel zich naar andere plaatsen, zoals Tiel, Deventer en Utrecht. Op ongeveer dezelfde plek groeide eeuwen later het stadje Wijk bij Duurstede, waarvan de naam nog aan Dorestad herinnert.
Andere perspectieven
Volgens een bekend beeld van de vroege middeleeuwen verdwenen steden en handel na de Romeinen, en leefden mensen vooral van hun eigen land. Dorestad laat zien dat het genuanceerder ligt: langs de grote rivieren bloeide in de 7e tot 9e eeuw een drukke handel over lange afstand.
In Dorestad werden ook mensen verhandeld. In de tolregisters staan naast pelzen, textiel, zout en honing ook slaven genoemd. Vaak waren dat krijgsgevangenen of mensen die bij overvallen waren meegenomen.
Veelvoorkomende misverstanden
“Dorestad was een stad met stenen muren en huizen.”
Dorestad bestond grotendeels uit houten huizen, in een lint van ongeveer drie kilometer langs de rivier. De haven lag op houten palen en steigers die steeds verder de rivier in werden gebouwd. Stadsmuren had Dorestad niet.
“Dorestad lag aan zee.”
Dorestad lag in het binnenland, waar de Rijn zich splitste in de Kromme Rijn en de Lek. Juist die plek maakte het belangrijk: schepen uit het Rijnland konden er verder naar de kust en naar Engeland.
Hoe weten we dit?
Bij de grote opgravingen werden duizenden houten palen, munten, aardewerk en sieraden gevonden. De waterputten bij de huizen waren vaak gemaakt van eikenhouten vaten, waarschijnlijk oude wijnvaten uit het Rijnland. In 1969 werd in zo’n put de Fibula van Dorestad gevonden, een gouden mantelspeld uit het eind van de 8e eeuw. Misschien werd hij daar verstopt tijdens een Vikingaanval.
Wat merk je er nu nog van?
De Fibula van Dorestad is te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede vertelt het verhaal van de handelsplaats. In het landschap rond Wijk bij Duurstede zijn de oude rivierlopen nog te herkennen.

