Aanloop en oorzaken
De Weimarrepubliek had het na 1918 zwaar. De vrede van Versailles werd als vernederend gezien, en na de beurskrach van 1929 raakten miljoenen Duitsers werkloos. Extreme partijen aan de linker- en rechterkant groeiden snel.
De NSDAP van Adolf Hitler werd in juli 1932 met ca. 37 procent de grootste partij. Conservatieve politici rond Franz von Papen dachten dat ze Hitler konden gebruiken en in toom houden.
Wat er gebeurde
Op 30 januari 1933 benoemde de bejaarde president Paul von Hindenburg Hitler tot rijkskanselier. In het eerste kabinet zaten maar drie nazi’s. Toch duurde het maar enkele maanden voordat Hitler alle macht in handen had.
Na de Rijksdagbrand van 27 februari 1933 werden grondrechten opgeschort. Communisten en sociaaldemocraten werden opgepakt en in de eerste concentratiekampen gezet, zoals Dachau. Met de Machtigingswet van maart 1933 kon de regering wetten maken zonder het parlement.
In de zomer van 1933 waren alle andere partijen verboden. Vakbonden, kranten en verenigingen kwamen onder nazi-controle. Na de dood van Hindenburg in augustus 1934 werd Hitler ook staatshoofd, de Führer.
Gevolgen
Binnen anderhalf jaar was Duitsland een dictatuur. Tegenstanders verdwenen in kampen of vluchtten naar het buitenland, en Joden werden stap voor stap uit de samenleving gestoten. Hitler begon direct met de herbewapening, wat in 1939 uitmondde in oorlog.
De machtsovername wordt vaak gebruikt als voorbeeld van hoe een democratie van binnenuit kan worden afgebroken, met legale middelen en de hulp van mensen die dachten de nazi’s te kunnen beheersen.
Andere perspectieven
Veel Duitsers zagen Hitler als redder die orde en werk zou brengen. Voor politieke tegenstanders, Joden en andere minderheden begon direct een tijd van angst. Al op 1 april 1933 werden Joodse winkels geboycot. In Nederland en andere buurlanden volgde men het nieuws met zorg, maar ook met de hoop dat het zou overwaaien.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Duitsers kozen Hitler met een meerderheid aan de macht.”
De NSDAP kreeg bij vrije verkiezingen nooit een meerderheid; het hoogste was 37 procent. Hitler werd benoemd door president Hindenburg. Bij de verkiezingen van maart 1933, al onder terreur, haalde de partij 44 procent.
“Hitler loste de werkloosheid op met de aanleg van snelwegen.”
De snelwegen leverden relatief weinig banen op. De werkloosheid daalde vooral door de wereldwijde economische opleving, de herbewapening, de dienstplicht en doordat vrouwen en Joden uit de statistieken werden gedrukt.
Hoe weten we dit?
Er zijn verkiezingsuitslagen, verslagen van de Rijksdag, kranten, de dagboeken van propagandaminister Goebbels en foto’s en films die de nazi’s zelf maakten. Juist die propaganda laat zien hoe de nazi’s zichzelf wilden presenteren.
Wat merk je er nu nog van?
De Duitse grondwet van 1949 werd zo gemaakt dat een machtsovername als in 1933 moeilijker is: partijen die de democratie willen afschaffen, kunnen worden verboden. In Berlijn laat het museum Topographie des Terrors zien hoe het naziregime werkte.

