Aanloop en oorzaken
In 1345 sneuvelde graaf Willem IV van Holland zonder zoon. Zijn zus Margaretha, getrouwd met de Duitse keizer Lodewijk van Beieren, werd gravin. Zij liet het bestuur deels over aan haar zoon Willem.
Over de vraag wie de echte macht moest hebben, ontstond ruzie. Edelen en steden kozen partij, ook om hun eigen belangen te beschermen.
Wat er gebeurde
In 1350 ontstonden twee partijen. De Hoeken steunden Margaretha, de Kabeljauwen haar zoon Willem V. Waar de namen vandaan komen, is niet zeker. Een bekende uitleg is dat de kabeljauw groot wordt door kleine vissen te eten, en de hoek een vishaak is waarmee je hem vangt.
In 1351 won Willem een zeeslag bij Zwartewaal tegen de vloot van zijn moeder. Margaretha deed afstand van Holland en Zeeland. Daarmee was de ruzie niet voorbij. De partijen bleven bestaan en botsten in de steden steeds opnieuw.
De twisten laaiden steeds opnieuw op, bijvoorbeeld in de strijd van Jacoba van Beieren tegen de Bourgondiërs. Pas aan het eind van de 15e eeuw kwam er een einde aan.
Gevolgen
De partijstrijd ging meer dan een eeuw door, met vlagen van geweld. Kastelen van de tegenpartij werden verwoest en edelen gingen in ballingschap. In steden als Leiden, Delft en Dordrecht streden de partijen om de macht in het stadsbestuur.
De laatste grote uitbarsting was de Jonker Fransenoorlog (1488–1490), toen Hoekse edelen onder Frans van Brederode Rotterdam bezetten. Daarna verloren de partijen hun betekenis, omdat de Bourgondische en Habsburgse vorsten veel machtiger waren.
Andere perspectieven
Voor de steden was de strijd ook een kans. Wie partij koos, kon privileges vragen. Willem V moest de steden veel beloven voor hun steun. Toen hij eenmaal aan de macht was, trok hij een deel van die privileges weer in.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Hoeken waren de edelen en de Kabeljauwen de burgers.”
Zo simpel was het niet. In beide partijen zaten edelen en steden. Families en steden kozen vaak voor wat hun eigen belang het meest diende, en sommige wisselden van kant.
“Het ging om een ruzie over vis.”
De namen hebben niets met de visvangst te maken. Een veelgehoorde uitleg is dat de blauw-witte ruiten in het wapen van het huis Beieren aan vissenschubben deden denken. De tegenpartij noemde zich dan naar de haak, de hoek, waarmee je de kabeljauw vangt.
Hoe weten we dit?
Er zijn oorkonden bewaard, zoals het verbond dat de Kabeljauwse edelen op 23 mei 1350 sloten. Kronieken uit die tijd beschrijven de strijd, en stadsrekeningen laten zien wat het kostte aan wapens en herstel. De kronieken zijn vaak partijdig.
Wat merk je er nu nog van?
Van veel kastelen die in deze strijd werden verwoest of herbouwd, zijn ruïnes of resten te zien, zoals de ruïne van Brederode bij Santpoort. De namen Hoeken en Kabeljauwen kennen veel mensen nog uit de geschiedenisles, ook als voorbeeld van politieke partijvorming.

