Aanloop en oorzaken
Marga Klompé werd in 1912 in Arnhem geboren in een katholiek gezin. Ze studeerde scheikunde en promoveerde, wat voor vrouwen in die tijd uitzonderlijk was. Tijdens de oorlog was ze actief in het verzet.
Na de oorlog ging ze voor de KVP de politiek in en werd ze lid van de Tweede Kamer. Nederland was druk bezig met de opbouw van een sociaal stelsel, onder leiding van premier Willem Drees.
Wat er gebeurde
In 1956 werd Klompé minister van Maatschappelijk Werk in het kabinet-Drees III. Ze was de eerste vrouwelijke minister van Nederland.
Haar belangrijkste wet was de Algemene Bijstandswet, die in 1965 inging. Voor die tijd waren mensen zonder inkomen afhankelijk van liefdadigheid van kerken en armenzorg. Met de bijstand kregen ze een wettelijk recht op een minimuminkomen van de overheid.
Klompé was ook minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Ze zette zich in voor kunst, cultuur en internationale samenwerking. Ze overleed in 1986.
Gevolgen
Met de Algemene Bijstandswet werd ondersteuning voor wie geen inkomen had een recht in plaats van liefdadigheid. Daarvoor gold de Armenwet uit 1854, waarbij mensen afhankelijk waren van kerken en armenzorg. De bijstand werd een belangrijk onderdeel van de Nederlandse verzorgingsstaat.
De wet werd later vervangen: in 2004 door de Wet werk en bijstand, en in 2015 door de Participatiewet. Het idee dat iedereen recht heeft op een bestaansminimum bleef.
Andere perspectieven
Voor de mensen die afhankelijk waren van armenzorg betekende de bijstand waardigheid: ze hoefden niet meer te bedelen bij kerk of liefdadigheid. Critici waarschuwden dat mensen minder zouden gaan werken als ze toch geld kregen. Die discussie over de balans tussen zekerheid en zelf verantwoordelijkheid nemen speelt nog steeds.
Veelvoorkomende misverstanden
“Marga Klompé was de eerste vrouw in de politiek.”
Vrouwen zaten al sinds 1918 in de Tweede Kamer. Klompé was wel de eerste vrouwelijke minister, in 1956.
“De bijstand bestaat sinds de Tweede Wereldoorlog.”
De Algemene Bijstandswet ging pas in op 1 januari 1965. Daarvoor bestond alleen armenzorg op basis van liefdadigheid, geregeld in de Armenwet van 1854.
Hoe weten we dit?
De debatten over de bijstandswet zijn vastgelegd in de Handelingen van het parlement. Klompé hield dagboeken en schreef brieven, die door historici zijn bestudeerd. Krantenartikelen uit 1956 laten zien hoe bijzonder een vrouwelijke minister toen werd gevonden.
Wat merk je er nu nog van?
De bijstand bestaat nog steeds, nu onder de Participatiewet. Gemeenten voeren die uit. Klompé kreeg als eerste vrouw de eretitel minister van Staat. Veel scholen, straten en zorginstellingen zijn naar haar genoemd.

