Aanloop en oorzaken
In de 19e eeuw werkten veel kinderen, op het land maar ook in fabrieken en werkplaatsen. Ze maakten lange dagen in stof en lawaai, soms al vanaf zeer jonge leeftijd. Hun loon was nodig voor het gezin.
Onderzoeken en artikelen lieten zien hoe slecht de omstandigheden waren. Toch vonden veel politici dat de staat zich niet met de economie of het gezin moest bemoeien.
Wat er gebeurde
Het liberale Tweede Kamerlid Samuel van Houten diende een eigen wetsvoorstel in. In 1874 werd de wet aangenomen. Kinderen onder de twaalf jaar mochten niet meer in fabrieken en werkplaatsen werken. Werk op het land en in het huishouden bleef toegestaan.
De wet had grote gaten en er was weinig controle. Toch was het een doorbraak. Voor het eerst greep de overheid in om werknemers te beschermen. Het Kinderwetje geldt als de eerste sociale wet van Nederland.
Er volgden meer maatregelen. De Arbeidswet van 1889 beperkte de werktijden van jongeren en vrouwen. Met de Leerplichtwet, die in 1901 inging, moesten kinderen van zes tot twaalf jaar naar school.
Gevolgen
In de praktijk ging kinderarbeid in fabrieken op veel plaatsen gewoon door, omdat er nauwelijks controle was. Werk op het land, in de huisindustrie en in winkels bleef bovendien toegestaan. Daardoor werkten kinderen nog jarenlang.
De grootste verandering kwam met de Leerplichtwet van 1901. Daarbij werd wél streng gecontroleerd, door inspecteurs van het onderwijs. Kinderen die naar school moesten, konden niet tegelijk in de fabriek staan. Zo verdween de kinderarbeid in Nederland langzaam.
Andere perspectieven
Fabrikanten waarschuwden dat de wet hun bedrijven zou schaden. Veel arme ouders hadden het loon van hun kinderen hard nodig. Liberalen als Van Houten vonden dat de overheid zwakken mocht beschermen. Later in de 19e eeuw groeide ook de invloed van socialisten en confessionele partijen, die nog verdergaande sociale wetten wilden.
Veelvoorkomende misverstanden
“Na 1874 werkten er geen kinderen meer.”
De wet verbood alleen werk in fabrieken en werkplaatsen voor kinderen onder de twaalf, en er was weinig controle. Op het land en thuis bleven kinderen werken. Pas met de leerplicht van 1901 nam kinderarbeid echt af.
“Het Kinderwetje was een wet van de regering.”
Het was een initiatiefwet: Kamerlid Samuel van Houten diende het voorstel zelf in, zonder dat de regering het had voorbereid.
Hoe weten we dit?
Er zijn rapporten en enquêtes uit de 19e eeuw waarin arbeiders, ook kinderen, vertelden over hun werk. De Arbeidsenquête van 1887 is een beroemde bron. Ook foto’s, kranten en de debatten in het parlement laten zien hoe het was.
Wat merk je er nu nog van?
In Nederland gaan alle kinderen naar school, en er gelden strenge regels voor werk van jongeren onder de achttien. Wereldwijd werken nog steeds miljoenen kinderen, onder meer in de landbouw en in mijnen. Het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind beschermt kinderen tegen uitbuiting.

