Aanloop en oorzaken
In de 19e eeuw mochten alleen mannen met genoeg bezit of inkomen stemmen. In 1883 probeerde Aletta Jacobs zich als kiezer te laten inschrijven, omdat de wet nergens zei dat een kiezer een man moest zijn. Ze werd afgewezen, en daarna werd in de Grondwet expliciet vastgelegd dat alleen mannen kiesrecht hadden.
In 1894 werd de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht. Met petities, optochten en lezingen voerden vrouwen jarenlang actie. Ondertussen woedde ook de strijd om algemeen kiesrecht voor alle mannen.
Wat er gebeurde
Bij de Pacificatie van 1917 kregen alle mannen kiesrecht en mochten vrouwen voortaan wel gekozen worden, maar nog niet zelf stemmen. In 1918 werd Suze Groeneweg de eerste vrouw in de Tweede Kamer.
In 1919 diende Kamerlid Hendrik Marchant een kort wetsvoorstel in om ook vrouwen actief kiesrecht te geven. Het werd met grote meerderheid aangenomen en in september 1919 bekrachtigd. In 1922 stemden vrouwen voor het eerst bij landelijke verkiezingen.
Met het vrouwenkiesrecht werd Nederland een democratie waarin alle volwassen burgers mee mochten beslissen. Toch duurde het nog decennia voordat vrouwen even vaak in politieke functies terechtkwamen als mannen.
Gevolgen
Vanaf 1922 telde de stem van vrouwen mee bij alle verkiezingen. Politieke partijen gingen zich ook op vrouwen richten. Toch bleven vrouwen in de politiek lang een kleine minderheid. Pas in 1956 werd met Marga Klompé de eerste vrouw minister.
Het kiesrecht was één stap in een lange emancipatie. Getrouwde vrouwen waren tot 1956 handelingsonbekwaam: ze konden zonder toestemming van hun man bijvoorbeeld geen contract tekenen. Ambtenaressen werden tot 1957 ontslagen als ze trouwden.
Andere perspectieven
Voorstanders vonden dat vrouwen als volwaardige burgers mee moesten beslissen. Tegenstanders, ook veel vrouwen, vonden dat de politiek niet bij de rol van de vrouw paste, of dat het gezin met één stem, die van de man, genoeg vertegenwoordigd was. Ook binnen de vrouwenbeweging verschilden de meningen, bijvoorbeeld over de vraag of het eerst om kiesrecht of om werk en onderwijs moest gaan.
Veelvoorkomende misverstanden
“In 1919 mochten vrouwen meteen stemmen én gekozen worden.”
Het ging in twee stappen: in 1917 werden vrouwen verkiesbaar, en in 1919 kregen ze ook zelf stemrecht. Daardoor zat met Suze Groeneweg al in 1918 een vrouw in de Tweede Kamer, terwijl vrouwen nog niet mochten stemmen.
“Nederland was een van de laatste landen.”
Nederland was eerder dan veel andere landen. Nieuw-Zeeland gaf vrouwen in 1893 als eerste stemrecht, Finland in 1906. Frankrijk volgde pas in 1944, en Zwitserland op landelijk niveau pas in 1971.
Hoe weten we dit?
Petities, pamfletten en het blad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht zijn bewaard, net als de verslagen van de debatten in het parlement. Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis in Amsterdam, beheert veel archieven van de vrouwenbeweging. Foto’s laten optochten en demonstraties zien.
Wat merk je er nu nog van?
Iedereen van 18 jaar en ouder mag nu stemmen, ongeacht geslacht. Toch is het aantal vrouwen in de politiek nog steeds een onderwerp: het duurde tot de 21e eeuw voordat de Tweede Kamer voor ongeveer veertig procent uit vrouwen bestond. Een vrouwelijke minister-president heeft Nederland nog niet gehad.


