Aanloop en oorzaken
Duitsland kon de Britse vloot op zee niet verslaan. Daarom zette het duikboten in tegen de koopvaardij die Groot-Brittannië van voedsel en grondstoffen voorzag. In mei 1915 zonk de Britse passagiersboot Lusitania na een torpedo. Er kwamen ca. 1200 mensen om, onder wie meer dan honderd Amerikanen.
Na Amerikaanse protesten beperkte Duitsland de aanvallen. Begin 1917 rekende de Duitse marineleiding uit dat Groot-Brittannië binnen vijf maanden zou bezwijken als alle schepen werden aangevallen. De legerleiding stemde in.
Wat er gebeurde
Vanaf 1 februari 1917 vielen Duitse duikboten in een grote zone rond Groot-Brittannië, Frankrijk en de Middellandse Zee elk schip zonder waarschuwing aan. Ook schepen van neutrale landen, zoals Nederland, Noorwegen en de Verenigde Staten, werden getroffen.
In april 1917 gingen ruim 850.000 ton aan schepen verloren, het hoogste maandtotaal van de oorlog. De Britse voedselvoorraad raakte gevaarlijk laag. Op 6 april verklaarden de Verenigde Staten Duitsland de oorlog.
Vanaf het voorjaar van 1917 voeren koopvaardijschepen in konvooien met marineschepen als begeleiding. De verliezen daalden sterk. Groot-Brittannië werd niet uitgehongerd en de Duitse gok mislukte.
Gevolgen
De Duitse gok mislukte: Groot-Brittannië werd niet uitgehongerd, en de Verenigde Staten gingen de oorlog in. Daarmee kreeg de geallieerde kant er een land bij met een enorme bevolking en industrie.
Het konvooisysteem bleek het beste antwoord op duikboten. In de Tweede Wereldoorlog werd het opnieuw toegepast, toen Duitse duikboten in de Atlantische Oceaan in ‘wolvenroedels’ op konvooien jaagden.
Andere perspectieven
Voor zeelieden op koopvaardijschepen, vaak ook uit India, China en de Caraïben, was elke tocht levensgevaarlijk. De Nederlandse koopvaardij en visserij verloren tientallen schepen door torpedo’s en mijnen. Ook de duikbootbemanningen betaalden een hoge prijs: ongeveer de helft van de Duitse duikboten keerde niet terug, en ca. 5000 bemanningsleden kwamen om.
Veelvoorkomende misverstanden
“Konvooien waren vanaf het begin de logische oplossing.”
De Britse admiraliteit was er lang tegen. Ze dacht dat een grote groep schepen een makkelijk doelwit was en dat er te weinig begeleiders waren. Pas na de zware verliezen van het voorjaar van 1917 en druk van premier Lloyd George werd het geprobeerd, met groot succes.
Hoe weten we dit?
Er zijn nauwkeurige lijsten van alle verloren schepen, Duitse logboeken en de verslagen van de Britse admiraliteit. Ook berichten in neutrale kranten, zoals de Nederlandse, laten zien hoeveel schepen van neutrale landen verloren gingen.
Wat merk je er nu nog van?
Op de bodem van de Noordzee en het Kanaal liggen nog vele wrakken uit 1917. Duikers en archeologen vinden er soms nog duikboten met de bemanning aan boord. Zulke wrakken worden als oorlogsgraf beschermd.

