Aanloop en oorzaken
Aan het begin van de 17e eeuw maakten brillenmakers in Middelburg de eerste microscopen en telescopen. Die vergrootten nog niet zo sterk. Antoni van Leeuwenhoek, in 1632 geboren in Delft, was lakenhandelaar. Hij gebruikte een vergrootglas om de draden in stoffen te tellen.
Hij leerde zichzelf glas blazen en slijpen en maakte piepkleine lenzen. Telkens klemde hij één lens tussen twee metalen plaatjes. Zo bouwde hij microscopen die tot ongeveer 270 keer vergrootten, veel sterker dan de microscopen van geleerden in die tijd.
Wat er gebeurde
In 1674 bekeek hij water uit een meertje bij Delft. Hij zag er kleine wezentjes in rondzwemmen, die hij diertgens noemde. Twee jaar later beschreef hij nog veel kleinere: bacteriën. Hij bestudeerde ook bloedcellen, zaadcellen en de bouw van insecten.
Van Leeuwenhoek had niet gestudeerd en sprak alleen Nederlands. Hij schreef zijn waarnemingen op in honderden brieven, vooral aan de Royal Society in Londen. Daar geloofden de geleerden hem eerst niet, tot ze het zelf kwamen bekijken. In 1680 werd hij lid van dat wetenschappelijk genootschap.
Hoe hij zijn lenzen maakte, hield hij geheim. Hij bleef onderzoek doen tot zijn dood in 1723. Hij wordt wel de vader van de microbiologie genoemd: de wetenschap van de kleinste levende wezens.
Gevolgen
Van Leeuwenhoek liet als eerste zien dat er een hele wereld van leven bestaat die met het blote oog onzichtbaar is. Zijn ontdekkingen vormden de basis voor de microbiologie. Pas veel later, in de 19e eeuw, begreep men dat sommige van die “diertgens” ziektes veroorzaken.
Hij bestudeerde ook rode bloedcellen, zaadcellen en de bouw van spieren en planten, en weerlegde zo het idee dat kleine dieren vanzelf uit vuil ontstaan. Zijn werk was een belangrijk onderdeel van de wetenschappelijke revolutie.
Andere perspectieven
De geleerden van de Royal Society vonden het eerst moeilijk te geloven dat een ongeschoolde lakenhandelaar uit Delft zulke ontdekkingen deed. Van Leeuwenhoek liet zijn methoden niet zien, wat wantrouwen opwekte. Later werd hij beroemd, en kwamen zelfs vorsten zoals tsaar Peter de Grote bij hem op bezoek om door zijn microscopen te kijken.
Veelvoorkomende misverstanden
“Van Leeuwenhoek heeft de microscoop uitgevonden.”
Microscopen bestonden al: brillenmakers in Middelburg maakten ze rond 1600. Van Leeuwenhoek maakte wel veel sterkere microscopen met één kleine lens, en gebruikte ze om nieuwe dingen te ontdekken.
“Zijn microscopen leken op die van nu.”
Zijn microscopen waren piepklein, niet groter dan een hand, met één lensje tussen twee metalen plaatjes. Je moest ze vlak voor je oog houden en tegen het licht.
Hoe weten we dit?
Van Leeuwenhoek schreef honderden brieven aan de Royal Society in Londen, die bewaard zijn en veel tekeningen bevatten van wat hij zag. Ook een handvol van zijn microscopen is bewaard gebleven, onder meer in Rijksmuseum Boerhaave in Leiden.
Wat merk je er nu nog van?
Microscopen zijn onmisbaar in ziekenhuizen, laboratoria en op school. Onderzoek naar bacteriën en virussen bouwt voort op zijn werk. In Rijksmuseum Boerhaave kun je zijn originele microscopen zien.

