Aanloop en oorzaken
Sinds 1914 lag rond de Belgische stad Ieper een uitstulping in het front, de Ieperboog. De Duitsers hadden de hogere ruggen in handen. De Britse bevelhebber Douglas Haig wilde in 1917 daar doorbreken en zo de Belgische kust en de duikbootbases bereiken.
Het offensief moest ook het Franse leger ontlasten, waar na de mislukte aanval aan de Chemin des Dames muiterijen waren uitgebroken. In juni 1917 bliezen de Britten bij Mesen met grote ondergrondse mijnen de Duitse stellingen op.
Wat er gebeurde
Op 31 juli 1917 begon de hoofdaanval. Weken van artilleriebeschietingen hadden het afwateringssysteem van het vlakke land kapotgeschoten. Kort daarna begon het hevig te regenen en veranderde het slagveld in een moeras van granaattrechters.
In september en begin oktober boekten de Britten en Australiërs met beperkte aanvallen bij droger weer enig succes. Daarna kwam de regen terug. Soldaten en paarden verdronken in de modder.
Op 6 november namen Canadese troepen de restanten van het dorp Passendale in. Op 10 november stopte het offensief. De winst was ongeveer acht kilometer, tegen een enorme prijs.
Gevolgen
Het doel, de Belgische kust bereiken, werd niet gehaald. Al in het voorjaar van 1918 gaven de Britten het veroverde gebied bij een Duitse aanval weer prijs. De naam Passendale werd daardoor het symbool van de zinloosheid van de loopgravenoorlog.
Voor Canada, waarvan de troepen het dorp innamen, werd de slag een van de momenten waarop het land zich als zelfstandige natie ging zien.
Andere perspectieven
Aan beide kanten vielen naar schatting elk tussen de 200.000 en 300.000 doden, gewonden en vermisten; historici verschillen hierover sterk. Duitse soldaten lagen in betonnen bunkers in hetzelfde moeras en werden dag en nacht beschoten. Voor de Belgische bewoners was de streek rond Ieper volledig verwoest. Op Tyne Cot, de grootste begraafplaats van het Gemenebest, liggen bijna 12.000 soldaten.
Veelvoorkomende misverstanden
“De slag bij Passendale ging alleen om het dorp Passendale.”
De Britten noemen het de Derde Slag om Ieper. Het was een reeks aanvallen van juli tot november over een breed front. Het dorp Passendale was pas aan het eind het doel.
Hoe weten we dit?
Er zijn duizenden foto’s van het modderlandschap, legerverslagen en dagboeken. Luchtfoto’s laten zien hoe dorpen in enkele maanden helemaal verdwenen. Archeologen vinden bij bouwwerken in de streek nog steeds resten van soldaten, die dan opnieuw worden begraven.
Wat merk je er nu nog van?
In Zonnebeke staat het Memorial Museum Passchendaele 1917, met nagebouwde loopgraven en onderstanden. Op Tyne Cot liggen bijna 12.000 soldaten, en onder de Menenpoort in Ieper wordt sinds 1928 elke avond om acht uur de Last Post geblazen.

