Aanloop en oorzaken
Nederlanders waren sinds de 17e eeuw betrokken bij de trans-Atlantische slavenhandel. In Suriname en op de Antillen werkten tot slaaf gemaakten op plantages onder harde omstandigheden. De slavenhandel was in 1814 verboden, maar de slavernij zelf bleef bestaan.
Groot-Brittannië schafte de slavernij in 1834 af en Frankrijk in 1848. In Nederland duurde het debat lang, vooral over de vraag hoe de eigenaren schadeloos gesteld moesten worden. Mensen als Wolter Robert van Hoëvell pleitten voor afschaffing.
Wat er gebeurde
In 1862 nam het parlement de Emancipatiewet aan. Op 1 juli 1863 werden in Suriname en op de Antillen samen ruim 40.000 mensen formeel vrij. De eigenaren kregen per persoon een vergoeding van de staat. De vrijgemaakten kregen niets.
In Suriname moesten de vrijgemaakten nog tien jaar onder staatstoezicht verplicht werken, vaak op dezelfde plantages. Pas in 1873 waren ze echt vrij. Daarna haalden planters contractarbeiders uit Brits-Indië en later uit Java.
Op 1 juli wordt Keti Koti gevierd, Surinaams voor de verbroken ketenen. In december 2022 bood premier Rutte namens de regering excuses aan voor het slavernijverleden. Koning Willem-Alexander deed dat op 1 juli 2023.
Gevolgen
Na 1873 vertrokken veel vrijgemaakten van de plantages naar Paramaribo of trokken naar het binnenland. Om toch arbeiders te hebben, haalde Nederland contractarbeiders naar Suriname: vanaf 1873 uit Brits-Indië, de voorouders van de Hindoestaanse Surinamers, en vanaf 1890 uit Java. Zo werd Suriname het veelkleurige land dat het nu is.
De gevolgen van eeuwen slavernij werkten lang door, in armoede, achterstelling en racisme. Daarover wordt in Nederland pas de laatste decennia breed gesproken. In 2002 werd in het Oosterpark in Amsterdam het Nationaal Monument Slavernijverleden onthuld.
Andere perspectieven
Lang werd de afschaffing in Nederland verteld als een daad van Nederlandse beschaving. Historici en nazaten wijzen erop dat de slavernij hier later werd afgeschaft dan in veel andere landen, dat de eigenaren werden betaald en de vrijgemaakten niets kregen, en dat tot slaaf gemaakten zich zelf altijd hebben verzet: door te vluchten, opstanden en dagelijks verzet. De Marrons in Suriname stichtten zelfs eigen gemeenschappen in het binnenland.
Veelvoorkomende misverstanden
“Nederlandse slavernij bestond alleen in Suriname en op de Antillen.”
Ook in Azië en Zuid-Afrika, in de gebieden van de VOC, werden mensen tot slaaf gemaakt. Daar werden zelfs meer mensen verhandeld dan in de gebieden van de WIC.
“Op 1 juli 1863 waren alle tot slaaf gemaakten vrij.”
Formeel wel, maar in Suriname moesten ze nog tien jaar onder staatstoezicht verplicht doorwerken, vaak op dezelfde plantage. Daarom wordt ook 1873 genoemd als het echte einde.
Hoe weten we dit?
Er zijn plantage-archieven, slavenregisters en de stukken van de WIC en de overheid. Daarin staan de tot slaaf gemaakten vaak alleen als bezit vermeld. Hun eigen stem is moeilijker te vinden, maar komt naar voren in rechtszaken, verhalen die mondeling zijn doorgegeven en de geschiedenis van de Marrons. De registers van 1863 zijn online te doorzoeken.
Wat merk je er nu nog van?
Op 1 juli wordt Keti Koti gevierd en herdacht, met een nationale herdenking in Amsterdam. In december 2022 bood premier Rutte excuses aan namens de regering, en op 1 juli 2023 deed koning Willem-Alexander dat ook. Steeds meer musea, steden en bedrijven onderzoeken hun eigen betrokkenheid bij het slavernijverleden.

