Aanloop en oorzaken
Grote delen van het Midden-Oosten, waaronder Syrië, Irak, Palestina en de Hejaz met de heilige steden Mekka en Medina, hoorden bij het Ottomaanse Rijk. In november 1914 koos dat rijk de kant van Duitsland. Groot-Brittannië zocht daarna bondgenoten die de Ottomanen van binnenuit konden verzwakken.
In 1915 en 1916 schreven de Britse hoge commissaris in Egypte, Henry McMahon, en Sharif Hoessein van Mekka elkaar brieven. De Britten beloofden steun voor een onafhankelijk Arabisch gebied, al bleven de grenzen vaag. Tegelijk spraken Groot-Brittannië en Frankrijk in het geheime Sykes-Picotakkoord van 1916 af hoe zij de regio zelf zouden verdelen.
Wat er gebeurde
In juni 1916 begon Hoessein de opstand in de Hejaz. Mekka viel snel in Arabische handen, maar Medina hield met een Ottomaans garnizoen stand tot na de oorlog.
Hoesseins zoon Faisal leidde de noordelijke strijdmacht. De Britse officier T.E. Lawrence werkte als verbindingsman en adviseur. De opstandelingen vielen steeds opnieuw de Hejaz-spoorlijn aan en namen in juli 1917 de havenstad Akaba in.
Daarna vochten Arabische eenheden aan de oostflank van het Britse leger van generaal Allenby. Begin oktober 1918 trokken Britse, Australische en Arabische troepen Damascus binnen. Faisal vormde er een Arabische regering.
Gevolgen
De opstand hielp de Britten het Ottomaanse Rijk te verslaan, maar de beloofde Arabische staat kwam er niet. Wel kregen de zonen van Hoessein elk een troon onder Brits toezicht: Faisal werd in 1921 koning van Irak en Abdoellah emir van Transjordanië, het latere Jordanië.
De verdeling van het Midden-Oosten in Britse en Franse mandaatgebieden legde de basis voor de grenzen van Syrië, Libanon, Irak, Jordanië en Israël. Het gevoel van verraad door het Westen speelt in het Arabische nationalisme nog altijd een rol.
Andere perspectieven
Voor veel Arabieren voelde de afloop als verraad. Na de oorlog kregen Frankrijk en Groot-Brittannië Syrië, Libanon, Irak en Palestina als mandaatgebied. In 1920 verdreef het Franse leger Faisal uit Damascus. Voor de Ottomaanse regering was de opstand juist een dolksteek van onderdanen in een oorlog om het voortbestaan van het rijk, en ook onder Arabieren steunde lang niet iedereen Hoessein.
Veelvoorkomende misverstanden
“Lawrence of Arabia leidde de Arabische Opstand.”
Lawrence was een Britse verbindingsofficier en adviseur. De opstand werd geleid door Sharif Hoessein en zijn zonen, vooral Faisal. Het beeld van Lawrence als leider ontstond door Amerikaanse lezingen en films, en door zijn eigen boek.
Hoe weten we dit?
Lawrence schreef er een beroemd boek over, De zeven zuilen der wijsheid, dat spannend is maar niet altijd betrouwbaar. Daarnaast zijn er Britse rapporten, de briefwisseling tussen Hoessein en McMahon en het Sykes-Picotakkoord, dat de bolsjewieken in 1917 openbaar maakten.
Wat merk je er nu nog van?
De Jordaanse koning stamt af van Sharif Hoessein, en de vlag van Jordanië is gebaseerd op de vlag van de Arabische Opstand. In de woestijn van Saoedi-Arabië liggen nog resten van de Hejaz-spoorlijn, met omgekiepte locomotieven. De film Lawrence of Arabia uit 1962 bepaalt voor veel mensen nog het beeld.

