Aanloop en oorzaken
In juli 1937 begon na een schermutseling bij de Marco Polobrug een open oorlog tussen Japan en China. Het Japanse leger verwachtte een snelle overwinning, maar in Shanghai vochten Chinese troepen maandenlang terug.
Na de val van Shanghai trokken Japanse troepen op naar Nanking, toen de hoofdstad van China. De regering van Chiang Kai-shek vluchtte landinwaarts. De Chinese verdediging van de stad stortte snel in.
Wat er gebeurde
Op 13 december 1937 namen Japanse troepen Nanking in. In de weken daarna werden ontwapende Chinese soldaten en burgers in groten getale vermoord. Tienduizenden vrouwen en meisjes werden verkracht en grote delen van de stad werden geplunderd en in brand gestoken.
Een kleine groep buitenlanders richtte een veiligheidszone in voor burgers. Onder leiding van de Duitse zakenman John Rabe, zelf lid van de NSDAP, vonden daar ca. 200.000 tot 250.000 mensen een relatief veilige plek.
Het geweld duurde ca. zes weken. Over het aantal doden verschillen historici sterk: schattingen lopen van ca. 40.000 tot meer dan 200.000. China noemt officieel 300.000. Na de oorlog werd generaal Iwane Matsui door het Tribunaal van Tokio veroordeeld en geëxecuteerd.
Gevolgen
De val van Nanking brak het Chinese verzet niet. De regering verhuisde naar Chongqing en vocht door. Het bloedbad versterkte de wil om tegen Japan te strijden en werd internationaal bekend door berichten van buitenlanders.
Na de oorlog werden Japanse officieren in Tokio en Nanking berecht voor de misdaden. De gebeurtenissen speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van het begrip oorlogsmisdaad in internationaal recht.
Andere perspectieven
Voor China is Nanking een centraal symbool van het lijden onder Japan. In Japan is de herinnering omstreden; sommige nationalisten bagatelliseren of ontkennen het bloedbad, wat steeds opnieuw leidt tot diplomatieke spanningen. De dagboeken van buitenlanders zoals Rabe en de Amerikaanse lerares Minnie Vautrin zijn belangrijke bronnen geworden.
Veelvoorkomende misverstanden
“Over Nanking bestaan alleen Chinese verhalen.”
Er zijn ook dagboeken en brieven van Amerikanen en Europeanen die in de stad waren, foto’s, en zelfs filmbeelden van de Amerikaanse dominee John Magee. Daarnaast zijn er dagboeken van Japanse soldaten. Over het precieze aantal doden verschillen historici, maar niet over het feit dat het gebeurde.
Hoe weten we dit?
Belangrijke bronnen zijn de dagboeken van John Rabe en Minnie Vautrin, de film van John Magee, de processtukken van het Tribunaal van Tokio en getuigenissen van overlevenden. In 2015 kwamen de documenten over Nanking op de UNESCO-lijst van het Geheugen van de Wereld, tot ongenoegen van de Japanse regering.
Wat merk je er nu nog van?
In Nanjing staat een groot herdenkingsmuseum. Sinds 2014 is 13 december in China een nationale herdenkingsdag. Het onderwerp leidt nog regelmatig tot spanningen tussen China en Japan, bijvoorbeeld over Japanse schoolboeken.

