Aanloop en oorzaken
Vóór de boekdrukkunst werden boeken met de hand overgeschreven. Dat kostte veel tijd, dus boeken waren zeldzaam en duur. Van een handgeschreven boek bestonden vaak maar enkele tientallen of honderden exemplaren.
Vanaf ongeveer het jaar 1000 werd er in Europa ook gedrukt met houtblokken, waarin een hele bladzijde was uitgesneden. Dat was veel werk en het blok sleet snel. Voor een dik boek was het niet geschikt.
Wat er gebeurde
Rond 1450 vond Johannes Gutenberg uit Mainz een manier om te drukken met losse letters. Hij goot de letters in metaal, in grote aantallen en allemaal precies even hoog. Die letters konden steeds opnieuw worden gebruikt voor een andere tekst.
Zijn bekendste werk is de bijbel die in 1455 klaar was, de Gutenbergbijbel. Een drukker kon nu al snel duizenden exemplaren van een boek maken. Boeken werden goedkoper, en kennis en nieuwe ideeën verspreidden zich veel sneller. Ook Erasmus liet zijn werk drukken.
In Nederland leerden kinderen eeuwenlang dat de Haarlemmer Laurens Janszoon Coster het drukken met losse letters al rond 1423 had bedacht. Dat verhaal komt uit de 16e eeuw en is waarschijnlijk een legende. Of Coster echt zo heeft bestaan, weten we niet zeker. Zijn standbeeld staat op de Grote Markt in Haarlem.
Gevolgen
De drukkunst verspreidde zich razendsnel. Boeken die vóór 1501 zijn gedrukt, heten wiegendrukken of incunabelen. Er zijn er ongeveer 29.000 verschillende bekend. In de Nederlanden waren al snel drukkers in Utrecht, Deventer, Gouda, Delft en Zwolle. In 1477 verscheen in Delft het eerste gedrukte boek in het Nederlands: de Delftse Bijbel.
Doordat dezelfde tekst in veel exemplaren rondging, werden spelling en taal geleidelijk eenvormiger. Kennis kon makkelijker gecontroleerd en verbeterd worden. En nieuwe ideeën, zoals die van Luther, verspreidden zich in weken in plaats van jaren.
Andere perspectieven
Gutenberg was niet de eerste die met losse letters drukte. De Chinees Bì Shēng zou al in de 11e eeuw Chinese tekens hebben gedrukt. Er is geen bewijs dat Gutenberg van die uitvinding wist. Het Latijnse alfabet heeft maar enkele tientallen letters, wat drukken met losse letters in Europa makkelijker maakte.
Veelvoorkomende misverstanden
“Na de uitvinding kon iedereen boeken kopen en lezen.”
Boeken werden goedkoper, maar bleven voor de meeste mensen duur, en de meeste mensen konden niet lezen. Wel kwamen er goedkope pamfletten, almanakken en liedblaadjes, die veel meer mensen bereikten.
“De Gutenbergbijbel werd in grote aantallen gedrukt.”
Gutenberg drukte er waarschijnlijk zo’n 180, de meeste op papier en ongeveer dertig op perkament. Er zijn er nog 49 bekend. Het enige exemplaar in de Benelux ligt in de universiteitsbibliotheek van Bergen (Mons) in België.
Hoe weten we dit?
Er zijn duizenden wiegendrukken bewaard, waaraan je kunt zien hoe drukkers werkten: welke letters ze hadden, welke fouten ze maakten en hoe ze de bladzijden opmaakten. Ook rechtszaken over geld, waarin Gutenberg voorkomt, zijn bewaard. Daaruit weten we iets over zijn werkplaats, want over zijn leven is weinig bekend.
Wat merk je er nu nog van?
In Mainz staat het Gutenberg-Museum. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft een grote verzameling Nederlandse wiegendrukken. In Haarlem staat het standbeeld van Laurens Janszoon Coster nog altijd op de Grote Markt, als herinnering aan een verhaal dat lang een bron van trots was.

