Aanloop en oorzaken
Na de Tweede Wereldoorlog wilden sommige kunstenaars een nieuwe, vrije manier van schilderen.
De oorlog had veel kunstenaars geschokt. De nette, beredeneerde kunst van vóór de oorlog, en ook de strakke lijnen van De Stijl, vonden zij niet meer passend. Ze zochten naar iets oorspronkelijks en ongepolijsts, zoals kinderen tekenen voordat ze geleerd hebben hoe het “hoort”.
Wat er gebeurde
Op 8 november 1948 werd de groep opgericht in Café Notre-Dame in Parijs. De naam CoBrA is een acroniem van Copenhague, Bruxelles en Amsterdam, de steden waar de oprichters vandaan kwamen.
Ze werkten spontaan en lieten zich inspireren door tekeningen van kinderen en van geesteszieken, en door oosterse kalligrafie. Ze vonden dat kunst niet alleen voor iedereen was, maar ook door iedereen gemaakt kon worden.
Karel Appel, Constant en Corneille uit Nederland werden internationaal beroemd, net als de Belg Pierre Alechinsky en de Deen Asger Jorn. De groep bestond van 1948 tot 1951, maar had daarna nog lang invloed.
Gevolgen
In 1949 kregen de Cobra-schilders tot hun eigen verbazing een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Die leidde tot een schandaal: veel bezoekers en critici vonden het kladwerk, en er werd gelachen en gescholden. Daardoor werd Cobra in één klap bekend.
Ook een muurschildering van Karel Appel in de kantine van het Amsterdamse stadhuis, Vragende kinderen, leidde tot een rel. Na protest van ambtenaren werd het werk tien jaar lang achter behang verstopt. Later werden juist deze kunstenaars de bekendste Nederlandse schilders van na de oorlog.
Andere perspectieven
Voor de Cobra-kunstenaars was hun werk een protest tegen burgerlijkheid en een zoektocht naar vrijheid na jaren van oorlog. Voor veel Nederlanders in de wederopbouw, die juist orde en fatsoen wilden, voelde het als een belediging van wat kunst moest zijn. Tegenwoordig wordt Cobra gezien als een belangrijke vernieuwing in de Europese kunst.
Veelvoorkomende misverstanden
“Zulke schilderijen kan ieder kind maken.”
De kunstenaars lieten zich wel inspireren door kindertekeningen, maar het waren geschoolde schilders die bewust kozen voor deze spontane stijl. Het ging om vrijheid en expressie, niet om onkunde.
“Cobra was een Nederlandse groep.”
Het was een internationale groep, met kunstenaars uit Denemarken, België en Nederland, zoals de naam al zegt: Copenhague, Bruxelles, Amsterdam.
Hoe weten we dit?
De schilderijen zelf zijn de belangrijkste bron. Daarnaast zijn er de tijdschriften en manifesten die de groep uitgaf, en krantenrecensies over de tentoonstelling van 1949, die laten zien hoe fel de reacties waren. Kunstenaars vertelden er later zelf over in interviews.
Wat merk je er nu nog van?
In Amstelveen staat het Cobra Museum voor Moderne Kunst. Werk van Appel, Corneille en Constant hangt in het Stedelijk Museum en in veel andere musea. De kleurrijke, kinderlijke vormen van Cobra zie je terug in illustraties en ontwerpen van nu.

