Aanloop en oorzaken
In 1942 bezette Japan Birma, het huidige Myanmar. Het Japanse leger daar moest via een lange zeeroute rond Malakka worden bevoorraad. Die route werd steeds kwetsbaarder voor geallieerde onderzeeboten.
Japan besloot een spoorlijn over land aan te leggen, van Ban Pong in Thailand naar Thanbyuzayat in Birma. Britse ingenieurs hadden zo’n lijn eerder te moeilijk gevonden vanwege jungle, bergen en moessonregens.
Wat er gebeurde
Vanaf het najaar van 1942 werden krijgsgevangenen naar het werk gebracht. Er waren ca. 60.000 Britse, Australische, Nederlandse en Amerikaanse krijgsgevangenen, onder wie ca. 18.000 Nederlanders, vaak KNIL-militairen. Daarnaast werkten er naar schatting ca. 200.000 Aziatische dwangarbeiders.
Er werd vrijwel alleen met de hand gewerkt. In 1943 drong Japan aan op meer tempo. De arbeiders kregen te weinig eten, werkten soms dag en nacht en leden aan cholera, malaria, dysenterie en tropische zweren.
In oktober 1943 werd de ca. 415 kilometer lange lijn voltooid. De brug over de Kwai bij Kanchanaburi werd later bekend door een film. Geallieerde vliegtuigen bombardeerden de lijn in 1944 en 1945.
Gevolgen
De spoorlijn werd maar korte tijd gebruikt, en na de oorlog werd een groot deel afgebroken. Voor de overlevenden duurden de gevolgen een leven lang, met lichamelijke klachten en trauma’s.
Veel Nederlandse en Indische overlevenden kwamen na de oorlog naar Nederland, waar weinig mensen begrepen wat zij hadden meegemaakt. Hun verhalen kregen pas later meer aandacht.
Andere perspectieven
Van de krijgsgevangenen stierven er ca. 12.000 tot 13.000, onder wie ca. 3000 Nederlanders. Onder de Aziatische dwangarbeiders, uit Birma, Malakka, Thailand en Java, was de sterfte nog veel hoger: schattingen lopen van ca. 70.000 tot 100.000 doden. Over hen is veel minder bekend, omdat ze nauwelijks werden geregistreerd. Kampartsen als de Australiër Weary Dunlop en de Nederlander Henri Hekking redden met weinig middelen veel levens.
Veelvoorkomende misverstanden
“De film The Bridge on the River Kwai laat zien hoe het echt ging.”
De film uit 1957 is grotendeels verzonnen. De echte krijgsgevangenen bouwden de brug niet uit trots, maar onder dwang, en de officier uit de film bestond niet. Overlevenden waren vaak boos over het beeld dat de film gaf.
Hoe weten we dit?
Krijgsgevangenen hielden in het geheim dagboeken bij en maakten tekeningen, die nu in musea liggen. Na de oorlog getuigden overlevenden bij processen tegen Japanse bewakers. Over de Aziatische dwangarbeiders, de grootste groep slachtoffers, zijn veel minder bronnen.
Wat merk je er nu nog van?
Bij Kanchanaburi en Chungkai in Thailand liggen erebegraafplaatsen, ook met veel Nederlandse graven. Bij Hellfire Pass, een doorgang die met de hand door de rots werd uitgehakt, staat een museum. Een deel van de lijn wordt nog gebruikt door een toeristentrein.

