Aanloop en oorzaken
Vanaf 1940 werden Joden in Nederland stap voor stap uitgesloten. Ze moesten zich laten registreren, verloren hun baan en mochten niet meer naar gewone scholen. Vanaf mei 1942 moesten ze een gele ster dragen.
Eind juni 1942 kregen de eerste Joden een oproep voor ‘tewerkstelling in Duitsland’. Joodse Nederlanders die niet kwamen opdagen, werden opgepakt bij razzia’s. Nederlandse politie en ambtenaren werkten daar vaak aan mee.
Wat er gebeurde
Op 15 juli 1942 vertrok de eerste trein uit Westerbork naar Auschwitz. Daarna volgden bijna elke week transporten, meestal op dinsdag. Op maandagavond werd bekend wie er mee moest. Die nacht was in het kamp vol angst.
De meeste treinen gingen naar Auschwitz en in 1943 ook naar Sobibor. Van de ca. 34.000 mensen die naar Sobibor werden gebracht, overleefden er maar 18. Andere treinen gingen naar Theresienstadt en Bergen-Belsen.
Op 19 mei 1944 werden ook ca. 245 Sinti en Roma gedeporteerd. Een filmfragment toont het meisje Settela Steinbach in de deur van een wagon. De laatste trein vertrok op 13 september 1944. Op 3 september zat Anne Frank met haar familie in de laatste trein naar Auschwitz.
Gevolgen
Van de ongeveer 140.000 Joden in Nederland werden er ruim 100.000 vermoord. Ook ongeveer 200 Sinti en Roma uit Nederland kwamen om. Na de oorlog keerden de weinige overlevenden terug in een land dat vaak weinig oog had voor hun verdriet, en soms moesten ze zelfs vechten om hun huis of bezittingen terug te krijgen.
Pas vanaf de jaren zestig kwam er in Nederland meer aandacht voor de Jodenvervolging, onder meer door het boek Ondergang van de historicus Jacques Presser.
Andere perspectieven
Van de ca. 107.000 mensen die uit Nederland werden gedeporteerd, overleefden er ca. 5000. Etty Hillesum en Philip Mechanicus schreven over het leven in het kamp. Veel niet-Joodse Nederlanders zagen de treinen of wisten van de razzia’s, maar keken weg. Spoorwegpersoneel reed de treinen tot de Duitse grens.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Nederlanders konden niets weten van wat er met de Joden gebeurde.”
Dat ze werden weggevoerd, zag iedereen: de razzia’s gebeurden op straat. Wat er precies in het oosten gebeurde, wisten de meesten niet, al kwamen er via de radio en illegale kranten vanaf 1942 berichten over massamoord. Veel mensen geloofden die niet of wilden het niet weten.
Hoe weten we dit?
Er zijn deportatielijsten en kaartsystemen, waaruit precies blijkt wie met welke trein vertrok. De brieven van Etty Hillesum en het dagboek van Philip Mechanicus beschrijven het kamp van binnenuit, en de film van Rudolf Breslauer toont een vertrekkende trein.
Wat merk je er nu nog van?
In Amsterdam staat sinds 2021 het Nationaal Holocaust Namenmonument, met de namen van ruim 102.000 Joden en ruim 200 Sinti en Roma uit Nederland. De NS maakte in 2005 excuses voor haar rol bij de transporten en betaalde vanaf 2019 een tegemoetkoming aan overlevenden en nabestaanden.
