Aanloop en oorzaken
Na 1815 had de koning veel macht. Ministers waren alleen verantwoording schuldig aan hem en het parlement had weinig te zeggen. Liberalen onder leiding van de Leidse hoogleraar Johan Rudolph Thorbecke wilden dat veranderen.
In 1848 braken in grote delen van Europa revoluties uit. Koning Willem II vreesde voor zijn troon. Hij zei later dat hij in één nacht van zeer conservatief zeer liberaal was geworden.
Wat er gebeurde
In maart 1848 gaf Willem II een commissie onder leiding van Thorbecke de opdracht een nieuwe grondwet te schrijven. Binnen enkele weken lag er een voorstel. Op 3 november 1848 werd de nieuwe Grondwet afgekondigd.
Voortaan waren de ministers verantwoordelijk en niet de koning. De Tweede Kamer werd rechtstreeks gekozen en kreeg het recht om de begroting te wijzigen en onderzoek te doen. Ook vrijheid van onderwijs, godsdienst, vergadering en vereniging werden vastgelegd.
Het kiesrecht bleef beperkt tot mannen die genoeg belasting betaalden. Toch legde de Grondwet van 1848 de basis voor de parlementaire democratie. Thorbecke werd in 1849 zelf minister en leider van het kabinet.
Gevolgen
Thorbecke werd in 1849 minister en voerde in de jaren daarna belangrijke wetten in, zoals de Gemeentewet en de Provinciewet, die het lokale bestuur regelden. De koning bleef staatshoofd, maar de echte macht verschoof naar de ministers en het parlement.
Het kiesrecht werd stap voor stap uitgebreid: in 1887 en 1896 mochten meer mannen stemmen, in 1917 alle mannen en in 1919 ook vrouwen. De vrijheid van onderwijs leidde tot de schoolstrijd, die pas in 1917 werd opgelost.
Andere perspectieven
Liberalen zagen de Grondwet als de vervulling van hun idealen. Conservatieven vonden dat de koning te veel macht verloor. Katholieken waren blij met de vrijheid van godsdienst, waardoor in 1853 de bisschoppen terugkwamen. Gewone arbeiders merkten er in het begin weinig van: zij mochten nog lang niet stemmen.
Veelvoorkomende misverstanden
“In 1848 werd Nederland een democratie waarin iedereen stemde.”
Alleen mannen die genoeg belasting betaalden mochten stemmen, ongeveer één op de tien volwassen mannen. Algemeen kiesrecht kwam pas in 1917 en 1919.
“De Grondwet bestond pas sinds 1848.”
Nederland had al een grondwet sinds 1814 en 1815. In 1848 werd die grondig herzien, met ministeriële verantwoordelijkheid en een rechtstreeks gekozen Tweede Kamer.
Hoe weten we dit?
De tekst van de Grondwet en de verslagen van de debatten zijn bewaard. Brieven van Willem II en Thorbecke laten zien hoe snel de koning van gedachten veranderde. Kranten uit 1848 berichtten over de revoluties in Europa en over de onrust in Nederland.
Wat merk je er nu nog van?
De Grondwet van nu gaat nog steeds uit van de principes van 1848: de koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk. In 1983 werd de Grondwet opnieuw herzien en kwam er een nieuw eerste artikel tegen discriminatie. In Amsterdam staat op het Thorbeckeplein een standbeeld van Thorbecke.

