Aanloop en oorzaken
Na 1933 en zeker na de Kristallnacht vluchtten duizenden Duitse en Oostenrijkse Joden naar Nederland. De regering wilde de vluchtelingen niet in de steden hebben en besloot tot één centraal kamp.
Het kamp kwam op de heide bij Hooghalen in Drenthe, ver van de bewoonde wereld. De Joodse gemeenschap in Nederland moest de kosten voor de bouw grotendeels zelf dragen.
Wat er gebeurde
Op 9 oktober 1939 kwamen de eerste vluchtelingen aan in het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork. Ze woonden in houten barakken en kleine huisjes, en moesten werken in het kamp. Vrij weggaan mochten ze niet zonder toestemming.
Na de Duitse bezetting in mei 1940 bleef het kamp eerst onder Nederlands beheer. Op 1 juli 1942 nam de Duitse Sicherheitspolizei het over. Westerbork werd een Durchgangslager: een doorgangskamp op weg naar de vernietigingskampen.
Vanaf oktober 1942 was Albert Konrad Gemmeker commandant. Hij liet het kamp ordelijk ogen, met een ziekenhuis, werkplaatsen en zelfs cabaret. De vroegere Duitse vluchtelingen kregen vaak leidende posities in de kampadministratie en moesten zo meewerken aan de deportatielijsten.
Gevolgen
Westerbork werd de laatste plek in Nederland die ruim honderdduizend Joden zagen. Vanaf juli 1942 vertrokken er elke week treinen, meestal op dinsdag, naar Auschwitz en Sobibor, en later ook naar Theresienstadt en Bergen-Belsen. Ook Sinti en Roma werden via Westerbork gedeporteerd.
Van de ongeveer 140.000 Joden die in 1940 in Nederland woonden, werd ruim driekwart vermoord. Dat is een van de hoogste percentages in West-Europa.
Andere perspectieven
Voor de eerste bewoners was Westerbork een plek van veiligheid, maar ook van isolement. Voor de ruim 100.000 mensen die er later doorheen gingen, was het een wachtkamer in angst. Na de oorlog werd het een interneringskamp voor NSB’ers, daarna een woonoord voor Molukse gezinnen. Nu is het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Duitsers hebben Kamp Westerbork gebouwd.”
De Nederlandse regering liet het kamp in 1939 bouwen als opvangkamp voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland. De Duitsers maakten er in 1942 een doorgangskamp van.
“Omdat er weinig mensen stierven, was Westerbork een mild kamp.”
Het kamp had een ziekenhuis, scholen en cabaret, en dat gaf veel bewoners hoop. Maar die schijn van normaliteit hield mensen rustig. Elke week moest een volgende groep op transport, en bijna niemand kwam terug.
Hoe weten we dit?
Er zijn deportatielijsten, brieven en dagboeken, zoals de brieven van Etty Hillesum. In 1944 liet kampcommandant Gemmeker door de gevangene Rudolf Breslauer een film maken over het kamp. Die beelden, ook van vertrekkende treinen, zijn een van de belangrijkste bronnen geworden.
Wat merk je er nu nog van?
Herinneringscentrum Kamp Westerbork vertelt het verhaal van het kamp. Op de appelplaats staat een monument van 102.000 stenen, één voor iedere gedeporteerde die niet terugkwam. Vlakbij staan de radiotelescopen van Westerbork.
