Aanloop en oorzaken
Begin 1941 kwam het in Amsterdam tot vechtpartijen tussen leden van de WA, de knokploeg van de NSB, en Joodse en niet-Joodse buurtbewoners. Bij een van die vechtpartijen raakte WA-man Hendrik Koot dodelijk gewond.
De Duitse bezetter sloot daarop de Joodse buurt af. Op 22 en 23 februari 1941 hielden Duitse politie-eenheden razzia’s rond het Waterlooplein. Ca. 425 Joodse mannen werden opgepakt en mishandeld.
Wat er gebeurde
De verboden Communistische Partij riep op tot staking. Op dinsdag 25 februari legden trambestuurders, havenarbeiders en personeel van bedrijven en gemeentediensten in Amsterdam het werk neer. De staking verspreidde zich naar de Zaanstreek, Haarlem, Hilversum en Utrecht.
De Duitsers reageerden hard. Er werd geschoten op stakers en er vielen doden en gewonden. Op 26 februari werd de staking verder neergeslagen en de dag erna was het werk vrijwel overal hervat.
Gemeenten kregen hoge boetes. Op 13 maart 1941 werden achttien mannen gefusilleerd, onder wie drie stakers en vijftien leden van de verzetsgroep De Geuzen. Jan Campert schreef er het gedicht ‘De achttien dooden’ over.
Gevolgen
De staking was de eerste en enige grote openlijke protestactie in bezet Europa tegen de Jodenvervolging. De bezetter trad daarna harder op, en de illusie dat de bezetting mild zou blijven, verdween. Het verzet groeide, al bleef het voorlopig klein.
Voor de Joden zelf veranderde er weinig. Al in 1942 begonnen de deportaties, en de vervolging ging door tot 1944.
Andere perspectieven
Voor de opgepakte Joodse mannen hielp de staking niet: zij werden naar Buchenwald en daarna Mauthausen gebracht, en vrijwel allen kwamen om. Voor de bezetter was het een teken dat de Nederlanders zich niet vanzelf lieten inpalmen. Na de oorlog werd de staking een belangrijk symbool van verzet tegen de Jodenvervolging. Elk jaar wordt bij De Dokwerker herdacht.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Februaristaking was de grootste staking van de bezetting.”
De April-meistakingen van 1943, tegen het plan om Nederlandse oud-militairen weer krijgsgevangen te maken, waren groter. Daarbij werden ongeveer 200 mensen gedood of geëxecuteerd. In september 1944 volgde nog de spoorwegstaking.
Hoe weten we dit?
Het pamflet van de CPN met de oproep ‘Staakt! Staakt! Staakt!’ is bewaard gebleven. Er zijn foto’s van de razzia op het Jonas Daniël Meijerplein, die heimelijk vanuit een raam werden genomen, en Duitse en Nederlandse politieverslagen.
Wat merk je er nu nog van?
Elk jaar op 25 februari wordt de staking herdacht bij het beeld De Dokwerker van Mari Andriessen op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam. Het is een van de oudste jaarlijkse herdenkingen van de oorlog in Nederland.

