Westfront & West-Europa22 april 1915Tijdvak 9Wereldoorlogen

Gifgas bij Ieper

Bij Ieper lieten Duitse troepen voor het eerst op grote schaal chloorgas over de Franse linies drijven. De Franse en Algerijnse soldaten sloegen in paniek op de vlucht. Gifgas werd daarna door alle partijen gebruikt.

De eerste Duitse gasaanval bij Ieper, geschilderd door William Roberts (1918)
De eerste Duitse gasaanval bij Ieper, geschilderd door William Roberts (1918)Foto: William Roberts · Publiek domein · Wikimedia Commons
Inwoners verlaten het verwoeste Ieper, april 1915
Inwoners verlaten het verwoeste Ieper, april 1915Foto: Onbekende maker · Publiek domein · Wikimedia Commons

Aanloop en oorzaken

Na 1914 zat het Westfront vast. Beide kanten zochten nieuwe wapens om de loopgraven te doorbreken. In Duitsland werkte de chemicus Fritz Haber aan het gebruik van chloorgas, dat in grote hoeveelheden werd geproduceerd voor de industrie.

Rond Ieper lag een uitstulping in het front die de geallieerden verdedigden. Ten noorden ervan, bij Langemark, lagen Franse troepen, onder wie Algerijnse en Marokkaanse soldaten.

Wat er gebeurde

Op 22 april 1915 openden Duitse soldaten bij gunstige wind duizenden gascilinders. Een geelgroene wolk dreef naar de Franse linies. Veel soldaten stikten of raakten zwaar gewond, anderen vluchtten.

Er ontstond een gat van enkele kilometers, maar de Duitsers hadden te weinig troepen klaarstaan om het te benutten. Canadese en Britse troepen sloten de linie, ook zij werden in de dagen daarna met gas aangevallen.

Daarna gebruikten alle partijen gas, zoals fosgeen en vanaf 1917 mosterdgas. Dat laatste werd ook bij Ieper ingezet en daarom yperiet genoemd. Gasmaskers werden snel standaarduitrusting. In het begin moesten soldaten zich behelpen met natte doeken voor mond en neus.

Gevolgen

Gifgas werd een vast onderdeel van de oorlog. Het doodde minder soldaten dan geweervuur of granaten, maar zorgde voor angst en voor veel gewonden met blijvende schade aan longen, huid en ogen.

Na de oorlog werd gifgas in 1925 verboden in het Protocol van Genève. In 1993 volgde het Chemischewapenverdrag, dat ook de productie en opslag verbiedt. Toch werd gifgas later nog ingezet, onder meer door Italië in Ethiopië, door Irak in de jaren tachtig en in de burgeroorlog in Syrië.

Andere perspectieven

De eerste slachtoffers waren voor een groot deel koloniale soldaten uit Noord-Afrika, die ver van huis vochten. Duitsland verdedigde het gebruik als een nieuw wapen zoals andere, de geallieerden noemden het barbaars. Veel overlevenden hadden levenslang last van hun longen en ogen. In 1925 werd het gebruik van gifgas in oorlog verboden in het Protocol van Genève.

Veelvoorkomende misverstanden

“Gifgas was het dodelijkste wapen van de Eerste Wereldoorlog.”

Ongeveer negentigduizend van de miljoenen doden kwamen door gas. Artillerie maakte verreweg de meeste slachtoffers. De angst voor gas was wel enorm, juist omdat je het niet altijd zag aankomen.

“De Duitsers waren de enigen die gifgas gebruikten.”

Duitsland zette het als eerste op grote schaal in, maar Britten en Fransen volgden al in 1915. Aan het eind van de oorlog gebruikten alle grote legers gas.

Hoe weten we dit?

Er zijn medische verslagen van artsen die de eerste slachtoffers behandelden, verslagen van soldaten en officieren, en Duitse stukken over de voorbereiding. De rol van Fritz Haber is goed gedocumenteerd. Hij kreeg in 1918 toch de Nobelprijs voor Scheikunde, voor een heel andere uitvinding: het maken van kunstmest uit stikstof uit de lucht.

Wat merk je er nu nog van?

In Den Haag zit de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens, die toeziet op het verdrag van 1993. In 2013 kreeg die organisatie de Nobelprijs voor de Vrede. Rond Ieper worden elk jaar nog tonnen oude granaten opgegraven, soms nog met gas gevuld.

Bekijken

De video's openen op de site van de bron. In de interactieve tijdlijn kun je ze ook hier afspelen.

Meer gratis tools voor in de klas

Meestertools heeft tientallen gratis tools voor leerkrachten in het basisonderwijs: van digibordtools en energizers tot groepsvorming en lesmateriaal.