Aanloop en oorzaken
Het Britse leger was in 1914 klein, en de verliezen in de eerste maanden waren zwaar. Brits-Indië had een groot beroepsleger. Al in augustus besloot Londen Indiase divisies naar Europa te sturen.
De soldaten kwamen vooral uit groepen die de Britten als krijgshaftig beschouwden, zoals sikhs, Punjabi moslims, Gurkha’s uit Nepal en Pathanen. Eind september 1914 kwamen de eerste troepen aan in Marseille.
Wat er gebeurde
Al in oktober werden ze bij Ieper en in Noord-Frankrijk ingezet om gaten in het front te dichten. Ze hadden zomeruniformen en weinig zware wapens, en de kou was zwaar. Khudadad Khan kreeg als eerste Indiër het Victoria Cross, voor zijn moed bij Hollebeke.
In 1915 vochten Indiase troepen onder meer bij Neuve-Chapelle en tijdens de gasaanval bij Ieper. Gewonden werden onder andere verpleegd in het Royal Pavilion in Brighton.
Eind 1915 vertrok de Indiase infanterie naar Mesopotamië en Oost-Afrika. Cavalerie bleef tot 1918 in Frankrijk. Ook Indiase arbeiders werkten achter het front, bijvoorbeeld bij de aanleg van wegen en spoorlijnen.
Gevolgen
Na 1915 vochten Indiase troepen vooral in het Midden-Oosten en Oost-Afrika. Bij Kut in Mesopotamië moest in 1916 een groot Brits-Indisch leger zich na een lang beleg overgeven aan het Ottomaanse leger.
Veel Indiërs verwachtten dat hun inzet beloond zou worden met zelfbestuur. In plaats daarvan kwamen er in 1919 strengere wetten, en in april van dat jaar schoten Britse troepen in Amritsar honderden ongewapende demonstranten dood. Dat dreef veel Indiërs naar de onafhankelijkheidsbeweging van Gandhi.
Andere perspectieven
Brieven naar huis werden gecensureerd, maar laten heimwee, trots en wanhoop zien. Veel Indiërs hoopten dat hun inzet zou leiden tot meer zelfbestuur. Die belofte werd na de oorlog niet waargemaakt, wat het nationalisme versterkte. Belgische en Franse burgers keken met verbazing naar de onbekende soldaten. Hun namen staan onder meer op de Menenpoort in Ieper.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Eerste Wereldoorlog was een oorlog tussen Europeanen.”
Uit de koloniën en dominions kwamen miljoenen soldaten en arbeiders, uit India, Afrika, Australië, Canada, Indochina en China. Zonder hen hadden Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog niet kunnen volhouden.
“De Indiase soldaten werden gedwongen te vechten.”
Het Brits-Indische leger bestond uit vrijwilligers; er was geen dienstplicht. Wel werd er in de oorlog hard geworven, soms onder druk van dorpshoofden en grootgrondbezitters, en speelden armoede en het vaste soldij een grote rol.
Hoe weten we dit?
De Britse censuur las de brieven van Indiase soldaten en maakte er Engelse samenvattingen van. Die zijn bewaard in de British Library en vormen een unieke bron over hoe gewone soldaten de oorlog beleefden. Daarnaast maakten Duitse wetenschappers in krijgsgevangenkampen geluidsopnamen van Indiase gevangenen, die nog in een archief in Berlijn liggen.
Wat merk je er nu nog van?
Op de Menenpoort in Ieper staan de namen van Indiase soldaten zonder bekend graf, en bij Neuve-Chapelle staat een groot Indiaas monument. Lang werd hun rol in Europa nauwelijks herdacht, maar sinds de herdenkingen van 2014 tot 2018 is er veel meer aandacht voor.

