Aanloop en oorzaken
Franse schilders zoals Claude Monet wilden niet meer alleen strakke, gladde schilderijen maken. Ze gingen naar buiten en schilderden het licht van het moment: een mistige haven, een rivier, een veld.
De schilders konden buiten werken dankzij een nieuwe uitvinding: verf in tubes. Daardoor hoefden ze hun verf niet meer zelf te mengen in het atelier. Ook de fotografie speelde mee: een realistisch beeld kon nu door een camera worden gemaakt, dus zochten schilders naar wat een foto niet kon laten zien, zoals licht, kleur en sfeer.
Wat er gebeurde
In 1872 schilderde Monet de haven van Le Havre op een mistige dag, met heel losse verftoetsen. Het schilderij heet Impression, soleil levant (Impressie, opkomende zon). Het onderwerp wordt eerder gesuggereerd dan precies getekend.
Op 15 april 1874 hing het in de eerste tentoonstelling van deze schilders, in het oude atelier van de fotograaf Nadar in Parijs. De titel gaf de stroming haar naam: impressionisme. In het begin was de naam spottend bedoeld.
Het schilderij hangt sinds 1940 in het Musée Marmottan Monet in Parijs.
Gevolgen
Het impressionisme opende de deur voor de moderne kunst. Schilders als Van Gogh, Cézanne en Gauguin bouwden erop voort en gingen nog verder in het gebruik van kleur en vorm. Daarna volgden stromingen die steeds verder van het realisme af gingen, tot aan de abstracte kunst van Mondriaan.
Monet bleef zijn hele leven het licht schilderen. In zijn tuin in Giverny maakte hij tientallen schilderijen van zijn vijver met waterlelies, vaak op enorme doeken.
Andere perspectieven
De officiële kunstwereld van Parijs, met de jaarlijkse Salon, vond het werk van de impressionisten slordig en onaf. Een criticus noemde het spottend het werk van een scholier die voor het eerst met verf kladde. Voor de schilders zelf was het juist een bevrijding van strenge regels. Pas later werden hun werken door verzamelaars en musea gewaardeerd.
Veelvoorkomende misverstanden
“De impressionisten werden meteen bewonderd.”
In het begin werden ze uitgelachen. De naam impressionisme komt zelfs uit een spottende recensie van criticus Louis Leroy over de tentoonstelling van 1874.
“Impressionisten schilderden snel en zonder nadenken.”
Ze werkten snel om het wisselende licht te vangen, maar dachten goed na over kleur en compositie. Monet schilderde hetzelfde onderwerp vaak tientallen keren, op verschillende momenten van de dag.
Hoe weten we dit?
De schilderijen zelf zijn de belangrijkste bron. Daarnaast zijn er de catalogi van de tentoonstellingen, recensies uit kranten zoals die van Louis Leroy, en de brieven van de schilders aan elkaar en aan hun handelaren. Foto’s laten zien hoe Monet buiten werkte.
Wat merk je er nu nog van?
Impressionistische schilderijen behoren tot de populairste kunst ter wereld en zijn onbetaalbaar geworden. De tuin van Monet in Giverny is een trekpleister. In Nederlandse musea, zoals het Rijksmuseum en het Kröller-Müller Museum, hangt ook impressionistisch werk.
