Burgers, daders & slachtoffers19 april – 16 mei 1943Tijdvak 9Wereldoorlogen

Opstand in het getto van Warschau

Toen de SS het getto van Warschau wilde ontruimen, kwamen Joodse strijders in verzet. Met weinig wapens hielden zij bijna een maand stand. De Duitsers brandden het getto blok voor blok af.

Het monument voor de helden van het getto in Warschau
Het monument voor de helden van het getto in WarschauFoto: Pudelek · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herdenking bij het gettomonument, 19 april 2019
Herdenking bij het gettomonument, 19 april 2019Foto: Adrian Grycuk · CC BY-SA 3.0 PL · Wikimedia Commons

Aanloop en oorzaken

Warschau had voor de oorlog de grootste Joodse gemeenschap van Europa. In 1940 sloten de Duitsers de Joodse bevolking op in een ommuurd getto. Op het hoogtepunt woonden er meer dan 400.000 mensen op elkaar gepakt. Tienduizenden stierven aan honger en ziekte.

In de zomer van 1942 werden ongeveer 265.000 mensen naar het vernietigingskamp Treblinka gedeporteerd en daar vermoord. De achterblijvers begrepen wat hun te wachten stond. Jongeren richtten de Joodse Strijdorganisatie (ŻOB) op, en er was ook een tweede verzetsgroep, de ŻZW.

Wat er gebeurde

In januari 1943 boden strijders voor het eerst gewapend verzet tegen een nieuwe deportatie. De Duitsers trokken zich tijdelijk terug. In het getto werden bunkers en schuilplaatsen gegraven.

Op 19 april 1943, de vooravond van het Joodse Pesachfeest, trokken SS en politie het getto binnen om het definitief te ontruimen. Enkele honderden slecht bewapende strijders openden het vuur. SS-generaal Jürgen Stroop liet daarop huizen systematisch in brand steken.

Op 8 mei kwam leider Mordechaj Anielewicz om in de bunker aan de Miłastraat 18. Op 16 mei liet Stroop de Grote Synagoge opblazen als teken dat het voorbij was. Duizenden mensen kwamen om; de meeste overlevenden werden naar kampen gedeporteerd.

Gevolgen

Het getto werd volledig verwoest. Maar de opstand inspireerde ander verzet: later in 1943 kwamen ook gevangenen in de vernietigingskampen Treblinka en Sobibor in opstand, en een aantal van hen wist te ontsnappen.

Na de oorlog werd de opstand een symbool, zowel in Israël als in Polen en de rest van de wereld. Op 19 april wordt de opstand jaarlijks herdacht.

Andere perspectieven

Voor de strijders ging het niet om winnen, maar om de keuze hoe te sterven. Het was de grootste Joodse opstand van de oorlog. Het Poolse ondergrondse verzet leverde enkele wapens, maar veel te weinig. Polen buiten de muren zagen de rook boven de stad; sommigen hielpen vluchtelingen, anderen keken weg of verraadden hen. Overlevende Marek Edelman vertelde later jarenlang over de opstand.

Veelvoorkomende misverstanden

“De Joden lieten zich zonder verzet wegvoeren.”

Gewapend verzet was bijna onmogelijk: de Joden waren uitgehongerd, hadden geen wapens en wisten lang niet wat hun te wachten stond. Toch was er veel verzet, van gewapende opstanden in getto’s en kampen tot geheime scholen en het in het geheim vastleggen van wat er gebeurde.

Hoe weten we dit?

SS-generaal Stroop schreef een trots verslag met foto’s, met als titel ‘Er is geen Joodse woonwijk in Warschau meer!’. Daarin staat de beroemde foto van een jongetje met zijn handen omhoog. Ook het geheime archief van historicus Emanuel Ringelblum, in melkbussen en kisten begraven in het getto, werd na de oorlog in 1946 en 1950 opgegraven.

Wat merk je er nu nog van?

In Warschau staat het Monument voor de Helden van het Getto. Daar knielde in 1970 de West-Duitse bondskanselier Willy Brandt, een gebaar dat de wereld over ging. Vlakbij staat het museum POLIN over de geschiedenis van de Poolse Joden.

Bekijken

De video's openen op de site van de bron. In de interactieve tijdlijn kun je ze ook hier afspelen.

Meer gratis tools voor in de klas

Meestertools heeft tientallen gratis tools voor leerkrachten in het basisonderwijs: van digibordtools en energizers tot groepsvorming en lesmateriaal.