Aanloop en oorzaken
Eind augustus 1914 leek het Duitse plan te slagen. De Duitse legers rukten op door België en Noord-Frankrijk, en de Franse regering verliet Parijs. Ook het Britse expeditieleger moest terugtrekken.
Maar de Duitse troepen waren uitgeput en hun aanvoerlijnen lang. Het Duitse Eerste Leger boog af naar het oosten van Parijs. Daardoor ontstond een gat tussen twee Duitse legers.
Wat er gebeurde
Op 6 september viel de Franse opperbevelhebber Joffre aan, samen met de Britten. Vanuit Parijs bracht generaal Gallieni versterkingen naar het front, deels met honderden Parijse taxi’s.
Britse en Franse eenheden drongen het gat tussen de Duitse legers binnen. De Duitse leiding vreesde omsingeling en gaf op 9 september het bevel tot terugtrekking naar de rivier de Aisne.
Beide partijen probeerden daarna elkaar in het noorden te omtrekken, de zogenaamde race naar de zee. Die eindigde in Vlaanderen. Vanaf eind 1914 liep er een loopgravenfront van de Noordzee tot Zwitserland.
Gevolgen
Het Duitse plan om Frankrijk binnen zes weken te verslaan was mislukt. Daarmee was de hoop op een korte oorlog voorbij. Stafchef Moltke werd vervangen door Erich von Falkenhayn.
Na de race naar de zee groeven beide legers zich in. Er ontstond een vast front van loopgraven, waar vier jaar lang met enorme verliezen om enkele kilometers werd gevochten. Die uitputtingsoorlog werd het beeld van de Eerste Wereldoorlog.
Andere perspectieven
In Frankrijk heette de slag al snel het wonder van de Marne. In Duitsland werd de mislukking stil gehouden en moest stafchef Moltke vertrekken. Voor de soldaten aan beide kanten waren de verliezen enorm: in de eerste maanden van de oorlog vielen meer doden per dag dan in bijna elke latere periode. Franse soldaten droegen nog rode broeken en hadden weinig dekking. Ook burgers in de frontstreek verloren huis en have.
Veelvoorkomende misverstanden
“De Parijse taxi’s hebben de slag gewonnen.”
Generaal Gallieni liet ongeveer zeshonderd taxi’s soldaten naar het front brengen, maar de meeste versterkingen kwamen per trein en vrachtwagen. Gallieni schreef zelf al dat het belang van de taxi’s was overdreven. Ze werden wel een krachtig symbool van een stad die zich verdedigde.
“De Marne was een kleine slag vlak bij Parijs.”
Er vochten ruim twee miljoen soldaten mee, over een front van honderden kilometers van Parijs tot Verdun. Het was een van de grootste veldslagen tot dan toe.
Hoe weten we dit?
De Franse en Duitse legers hielden dagboeken bij van alle eenheden, die bewaard zijn gebleven. Daarnaast schreven bevelhebbers als Joffre, Gallieni en French uitgebreide memoires. Over de rol van de Duitse stafofficier Hentsch, die de terugtocht adviseerde, wordt nog steeds gediscussieerd.
Wat merk je er nu nog van?
Langs de Marne liggen veel militaire begraafplaatsen en gedenktekens, zoals het grote monument bij Mondement. Een van de taxi’s van de Marne is te zien in het Musée de l’Armée in Parijs.

