Aanloop en oorzaken
Duits-Oost-Afrika omvatte ongeveer het huidige Tanzania, Rwanda en Burundi. Het grensde aan Britse, Belgische en Portugese koloniën. Er stonden weinig Duitse troepen, vooral Afrikaanse soldaten, de askari’s. Slechts tien jaar eerder had Duitsland in deze kolonie de Maji Maji-opstand hard neergeslagen.
De Britten wilden de kolonie snel innemen en de havens uitschakelen, zodat Duitse schepen er geen steun meer konden vinden. Begin november 1914 landde een Brits-Indische troepenmacht bij de havenstad Tanga.
Wat er gebeurde
De landing bij Tanga werd een nederlaag voor de Britten, ondanks hun grote overmacht. Tijdens de gevechten vielen zwermen bijen beide partijen aan. De Duitse commandant Paul von Lettow-Vorbeck kreeg daarna veel aanzien.
Lettow-Vorbeck koos voor een guerrillaoorlog. Hij wilde zo veel mogelijk geallieerde troepen in Afrika vasthouden. Britse, Zuid-Afrikaanse, Indiase, Belgisch-Congolese en Portugese troepen joegen hem jarenlang na.
Zijn troepen trokken uiteindelijk tot in Mozambique en Noord-Rhodesië. Hij gaf zich pas op 25 november 1918 over, twee weken na de wapenstilstand in Europa.
Gevolgen
Na de oorlog verloor Duitsland al zijn koloniën. Het grootste deel van Duits-Oost-Afrika werd als Tanganyika een Brits mandaatgebied, en Ruanda-Urundi, het latere Rwanda en Burundi, kwam onder Belgisch bestuur. Belgen bouwden daar voort op het onderscheid tussen Hutu en Tutsi, wat later grote gevolgen had.
Voor de bevolking liet de oorlog verwoeste dorpen, hongersnood en ziekte achter. In sommige gebieden duurde het jaren voor de landbouw zich herstelde.
Andere perspectieven
In Duitsland werd Lettow-Vorbeck later als onoverwonnen held gevierd. Voor de Afrikaanse bevolking was de oorlog een ramp. Alle partijen dwongen honderdduizenden mannen om als drager voorraden te sjouwen. Velen stierven door ziekte, uitputting en honger. Legers namen voedsel en vee mee, waardoor ook in dorpen hongersnood ontstond. De askari’s aan beide kanten vochten voor koloniale machten die hun land beheersten.
Veelvoorkomende misverstanden
“Lettow-Vorbeck was een ridderlijke held die nooit verslagen werd.”
Zijn troepen gaven zich inderdaad pas na de wapenstilstand over, maar zijn strategie betekende dat Afrikaanse dorpen werden leeggehaald en dat duizenden dragers omkwamen. Het beeld van de onoverwonnen held is in Duitsland lang gekoesterd, ook door de nazi’s.
“In Afrika werd nauwelijks gevochten.”
In Oost-Afrika duurde de oorlog vier jaar, over een gebied groter dan West-Europa. Er kwamen naar schatting honderdduizenden mensen om, de meesten geen soldaten maar dragers en burgers.
Hoe weten we dit?
Lettow-Vorbeck schreef al in 1920 zijn herinneringen, en ook Britse officieren publiceerden memoires en officiële geschiedenissen. Over de ervaringen van Afrikaanse dragers en askari’s is veel minder opgeschreven. Historici gebruiken daarom ook mondelinge overlevering en koloniale administratie.
Wat merk je er nu nog van?
Op het Tanganyikameer vaart nog steeds de veerboot Liemba. Het schip werd in 1913 in Duitsland gebouwd als Graf von Götzen, in 1916 door de Duitsers tot zinken gebracht en later door de Britten weer opgehaald. Het is het laatste schip van de Duitse keizerlijke marine dat nog in de vaart is.

