Aanloop en oorzaken
Sinds de afscheiding van België in 1839 voerde Nederland een strikte neutraliteitspolitiek. Het land was klein, had een grote koloniale handel en wilde zich niet binden aan een van de Europese machtsblokken. Rond 1900 groeiden de spanningen tussen Duitsland, Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië, en er ontstond een wapenwedloop.
Na de moord op de Oostenrijkse troonopvolger in Sarajevo in juni 1914 volgden de oorlogsverklaringen elkaar snel op. Nederland mobiliseerde eind juli 1914 zijn leger om te laten zien dat het zijn neutraliteit zou verdedigen.
Wat er gebeurde
Nederland bleef buiten de gevechten, maar de oorlog was overal voelbaar. Na de val van Antwerpen in oktober 1914 vluchtten ongeveer een miljoen Belgen over de grens. De meesten keerden snel terug, maar ruim honderdduizend bleven de hele oorlog. Ze werden opgevangen in kampen en bij gezinnen.
Doordat de oorlogvoerende landen elkaars handel blokkeerden, werd voedsel schaars. Brood, aardappelen en kolen gingen op de bon en in 1917 braken in Amsterdam aardappeloproeren uit. De Duitsers zetten langs de Belgisch-Nederlandse grens een hoogspanningsdraad neer, de Dodendraad, waaraan honderden mensen omkwamen.
Op 10 november 1918 stak de Duitse keizer Wilhelm II bij Eijsden in Zuid-Limburg de grens over. Nederland weigerde hem uit te leveren. Hij woonde tot zijn dood in 1941 in Huis Doorn.
Gevolgen
Door de oorlog was de neutrale positie van Nederland wereldwijd bekend, en na de oorlog werd Den Haag een stad voor internationale rechtspraak. In 1922 kwam daar het Permanente Hof van Internationale Justitie, de voorloper van het huidige Internationaal Gerechtshof.
In Nederland zelf zorgde de oorlog voor de Pacificatie van 1917: algemeen kiesrecht voor mannen en gelijke bekostiging van openbare en bijzondere scholen. De voedseltekorten maakten ook duidelijk hoe kwetsbaar het land was, en gaven het plan om de Zuiderzee in te polderen een duw.
In Europa verdwenen keizerrijken: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en het Ottomaanse Rijk vielen uiteen of werden republiek. Het Verdrag van Versailles legde Duitsland zware voorwaarden op, wat later de opkomst van Hitler in de hand werkte.
Andere perspectieven
Voor Nederlanders was het vooral een tijd van spanning, schaarste en mobilisatie, maar niet van gevechten. Voor de Belgische vluchtelingen was Nederland een toevluchtsoord. Sommige Nederlandse ondernemers verdienden goed aan handel en smokkel, terwijl arbeiders juist leden onder de hoge prijzen. Voor miljoenen soldaten aan het front in Frankrijk en België was het een slachting in de loopgraven.
Veelvoorkomende misverstanden
“Nederland had niets met de Eerste Wereldoorlog te maken.”
Nederland vocht niet mee, maar merkte de oorlog wel: een groot leger stond vier jaar paraat, honderdduizenden vluchtelingen werden opgevangen, voedsel ging op de bon en Nederlandse schepen liepen op zeemijnen.
“Neutraal zijn betekende dat Nederland zich nergens mee bemoeide.”
Neutraal blijven vroeg juist veel diplomatie. Nederland moest handel blijven drijven met beide kanten, zonder een van de partijen een reden te geven om binnen te vallen.
Hoe weten we dit?
Er zijn veel foto’s van gemobiliseerde soldaten en vluchtelingenkampen, en kranten uit die tijd zijn online te lezen via Delpher. Brieven en dagboeken van soldaten en vluchtelingen worden bewaard in archieven. Van de Dodendraad zijn delen gereconstrueerd en zijn er foto’s en verhalen van smokkelaars.
Wat merk je er nu nog van?
Op verschillende plekken langs de grens met België is een stuk van de Dodendraad nagebouwd, met informatieborden. Huis Doorn, waar keizer Wilhelm II woonde, is een museum. In Engeland, België en Frankrijk wordt op 11 november de wapenstilstand van 1918 herdacht.


